Log in

We zijn stekkerfanaten geworden

portret van Paulineportret van Xavier
Pauline aan Xavier
12/15
Frankrijk, 17 augustus 2020

Beste Xavier,

Hierbij eindelijk mijn brief aan jou, die ik al lang geleden begon, toen werd onderbroken, daarna voortgezet buiten mijn mailaccount om, vervolgens nog eens een dikke week bleef liggen omdat we nog steeds geen internet of telefoonbereik hebben. Het is bizar, maar waar. Je kunt internet hebben in de woestijn of in de oceaan desnoods, niet op een Franse berg. Zomaar. Zonder een serieus antwoord wat er aan de hand is. Een incident, heet het. Het begint ergerlijk te worden, maar opnieuw boven op de berg, stuur ik je dit. Met lieve groeten en excuses voor alle vertraging. (Niet gek dat het Franse platteland leegloopt, je zult hier een bedrijfje hebben...)

Salut Xavier,

Het spijt me dat het zo lang geduurd heeft voor ik er eindelijk weer toe kom om je rustig te schrijven. En dat heeft echt niets met jouw laatste brief te maken, integendeel. Die heb ik met ontzettend plezier net weer opnieuw gelezen en ik voel opnieuw de impulsen om op je verhaal in te gaan. Het is dat hier juist in de zomer zoveel aandacht van me wordt gevraagd door mensen die komen en dingen die zich opdringen, maar misschien meer nog doordat ik ben gaan schrijven, 'serieus' schrijven bedoel ik dan - ik ben toch echt aan een toneeltekst begonnen en dat is nogal een stap -  én ook dat het zo heet is, een tweede golf al, dat ik minder energie heb en die al op is voor ik het weet. Zo, hier zit ik nu in de verdedigingsstoel...

Misschien ben jij intussen alweer teruggekeerd uit Griekenland, dat zou zomaar kunnen. Ik ben benieuwd of je je vrienden nog gezien hebt of dat de afstand door het griepje van Tijn niet meer overbrugd is. Wat een verhaal! Een prachtig voorbeeld van hoe corona bewegingen onder de mensen op scherp zet, naar de kant van solidariteit, behulpzaamheid, verbondenheid maar evenzeer de andere, isolerende kant op. Het lijkt me ontluisterend en verdrietig. Het is een helder voorbeeld van de gangbare weg kwijt zijn en teruggeworpen worden op eigen inschatting en verantwoordelijkheid, ongeregeld, onzeker, ongedekt. Jammer genoeg moeten we vaak meemaken dat mensen niet zo kordaat en moedig en niet zo vindingrijk en soepel zijn als we onszelf en elkaar graag toewensen.

EN TOEN, PRECIES HIER, BELDE JIJ MIJ... Is dat niet te gek?!

Ons zesde zintuig is volkomen onderontwikkeld, zou je kunnen zeggen. Dat gevoel of iets juist is in de gegeven omstandigheden, het fingerspitzengefühl, de intuïtie, het contact met de stille kennis. Dieren zijn daar veel minder beschadigd in dan wij, maar ik geloof dat wij dat net zo goed gehad hebben en in ons hebben. Honden en katten weten precies wanneer je thuis gaat komen of wanneer er ver van hen vandaan iets ergs met hun baas gebeurt, olifanten gaan al rennen voor een tsunami voordat de mensen er enige lucht van hebben. Bushmen in de Kalahari-woestijn gingen op jacht, honderden kilometers van huis en als ze dan een buffel (joegen die op buffels?) geschoten hadden, begonnen de vrouwen thuis het vuur al aan te maken en de potten op te warmen met de slingers in de struiken, want hun mannen zouden in een paar dagen thuiskomen en dan zou het feestmaal des te sneller genuttigd kunnen worden. Innerlijke tamtam, noemen we dat. Ik ben me bewust van de vleug romantiek die hier in mijn woorden schuilt, maar ik hou van zulke...

EN TOEN, PRECIES HIER, BELDE JIJ MIJ... is dat niet te gek?! Synchroniciteit, het is zo'n krachtige energiebron. Ik word er altijd erg blij van. Het universum knikt JA.

De duvel speelt met ons. Ben ik eindelijk aan mijn brief aan jou toegekomen, ga je eerst bellen en misschien langskomen, daarna hebben we de hele tijd stroom- en internetproblemen en dus krijg ik mezelf niet terug aan mijn tafel. Ik had je misschien al verteld dat internet hier niet stabiel is – understatement – en dat ook de stroom in geval van onweer graag wegvalt en dan moet je maar zien... Het leven hier kostte ons al een paar modems, een televisie en een koffiezetapparaat. We hebben ook al eens onszelf met ingehouden adem tegen de rots in de molen aangedrukt terwijl vonken tussen de stopcontacten door de hele ruimte vlogen. We zijn dus stekkerfanaten geworden, we tellen altijd de seconden tussen donder en bliksem en nemen ruim de tijd om onder het bureau te duiken en alle stekkers los te trekken én ver genoeg weg te leggen, want de vonken zitten er dus ook niet mee om over een meter of wat heen te springen en dan alsnog je laptop door te branden. Allemaal fijne verhalen over het wonen in het wild... Gisteren tegen twaalf uur vielen telefoon- en internet weg, het is nu opnieuw tegen twaalven, de verbinding is nog altijd niet terug.

Dat je besloot niet langs te komen, was trouwens ook een perfect aanvoelen van de atmosfeer. We hadden in de avond een fiks onweer met serieus veel regen (hoera!!), wat ons deed binnenzitten met af en aan licht boven de tafel en we speelden een nieuw dobbelspelletje dat mijn zoon meebracht en Regenwormen heet, waarom ook niet. Ik ben opgegroeid in een vijftigerjaren-Verkade-gezin waar spelletjes doen een eeuwig terugkerend ritueel was bij regen en ontij. Mijn vriend is helemaal geen fan van die zogeheten gezelligheid, maar het is een heerlijke gelegenheid om elkaar te pesten, om vrijuit te vloeken of grinniken, om te gillen en gierend te lachen. Buiten spoelde de regen van de berg af en verdween de top in dikke wolken. Allemaal helemaal oké, maar precies niet de beste avond om jou of wie ook te ontvangen die hier niet eerder was en de volgende dag al zou moeten vertrekken. Nu bouwt de hitte zich alweer op en hopelijk is er ergens een handige man bezig om ons weer met de wereld te verbinden.

Corona is hier belachelijk ver weg. Ik wijd er amper gedachten aan. Er waaien soms wat berichten langs – mijn vriend houdt iets meer contact met het nieuws – het schijnt niet helemaal goed te gaan, maar het maakt helemaal geen deel meer uit van mijn dagelijkse inventaris, alles heeft zich teruggevouwd naar het vertrouwde ritme van de natuur. We hebben ook geen tv, want 'ze' hebben iets met de ontvangst via de satelliet veranderd, dus de antenne vangt bot, ik vind het heerlijk. Als er weer serieus voetbal gaat komen, zal mijn vriend wel weer iets gaan doen, stiekem hoop ik dat het deze zomer zo blijft. 's Winters is het wel fijn, een goede docu of een serie over het dagelijks leven in China of een Vlaamse quiz (we kijken BVN, de zender voor Nederlandstaligen in het buitenland), maar nu kijk ik liever naar hoe het licht boven mijn hoofd met de bladeren speelt vanuit de hangmat.

Alles is verbonden, alles in het klein is hetzelfde als in het groot en andersom

Natuurlijk heb ik uitgebreid je commentaar gelezen op mijn reactie op jullie boek. Ik voel me wel uitgedaagd om hier en daar te roepen 'nee nee, dat zei ik niet of dat bedoelde ik toch niet...' en zulke dingen, maar misschien doen we dat nog eens live? Onze verschillende posities spelen uiteraard een enorme rol in hoe we naar dingen kijken, hoe we al dan niet direct verantwoordelijk zijn en de gevolgen van ontwikkelingen aan den lijve of aan dat van anderen naast ons, ervaren. Maar er is wel één ding dat zich sterk aan mij opdringt en dat me belangrijker lijkt dan ingaan op details of formuleringen en zo. Je zegt zoiets als 'dit is wat ik zeggen wil en kan over de kleine wereld van een bedrijf, ik zeg liever niets over de maatschappij en wereld eromheen, die te groot is om me over uit te spreken.' Sorry als ik je hiermee niet precies citeer, maar ik kan je exacte tekst nu niet terugzoeken.

Ik lees in die woorden een standpunt dat ik niet kan delen: niets staat los van iets anders, alles is verbonden, alles in het klein is hetzelfde als in het groot en andersom, een bedrijf IS de maatschappij, ons gezin IS de maatschappij, onze persoonlijke weg IS de weg van het geheel, en andersom en andersom... “Zo boven, zo beneden" zeggen de hermetici, de kortste samenvatting van dit universeel principe dat je overal, in alle tradities kunt terugvinden. Iets isoleren van de rest kan alleen theoretisch, in het hoofd, in de onderscheidende verbeelding. Ik denk dus dat we verantwoordelijk zijn voor het geheel, niet enkel voor een deel. Wat niet kan betekenen dat we ons allemaal met alles moeten bemoeien en overal een mening over moeten vormen, dat is immers onmogelijk. Maar ik denk dat we moeten beseffen dat wat we doen nooit los gezien kan worden van het geheel.

Ja, ik wilde heel graag de beste acteurs voor mijn gezelschap. Die kreeg ik in die jaren niet, alleen al omdat een beste acteur niet voor kinderen ging spelen. Aan die kindonvriendelijke traditie hebben we flink gemorreld en dat ligt vandaag de dag gelukkig wat anders. Voor kinderen moet je immers – in de woorden van Godfried Bomans – net zulke kunst maken als voor volwassenen, maar dan beter! Maar náást het aantrekken van de best mogelijke acteurs heb ik altijd gezocht naar mogelijkheden voor de (nog) niet beste vakmensen: workshops, kleine experimentele projecten, gemengde casts.

Net als dat we zullen sterven als we geen kunst meer hebben

We vonden dat we ook een verantwoordelijkheid hadden in de ontwikkeling van het vak en voor de nieuwe generatie. We vochten hard voor het recht om te falen en wegen om te groeien. Ik denk dat dat essentieel is voor een rijke kunst, voor een brede werking, voor een levendige waarachtige reflectie op de werkelijkheid. Ik vrees dat we na een periode van relatieve speelruimte wat dat betreft intussen veel verloren zijn, de waardering voor kunst is weer op zijn dieptepunt in ons land (ja, ook met 'dank' aan corona), maar hopelijk zijn het de golven van het leven en zullen we onomkeerbaar weer worden opgetild, en nemen we collectief de niet-A-mensen (weer) zo veel mogelijk onder onze armen.

Je mag me idealiste noemen, maar ik ben doordrongen van de overtuiging dat we tenslotte zullen verliezen als we enkel voor de top gaan, voor wat we tot de top hebben gebombardeerd en vergoddelijkt. Net als dat we zullen sterven als we geen kunst meer hebben. En dat we dat maar niet willen onderkennen. En elke vleugelslag telt.

Mijn zoon wordt een beetje gek van mijn ernstige aard en drift. Ook al geniet ik me rot van een spelletje Regenwormen, toch zucht-ie van vermoeienis als ik weer zo diepzinnig tekeer ga, zoals hij dat ziet. Ik balanceer een beetje en probeer er vooral lucht in te houden. Altijd moeilijk, noemt hij mij, altijd moet het moeilijk. Maar hij beseft maar al te goed dat hij een kind van ons is. Hij is rusteloos in deze tijd, net een relatie verbroken, in een fase in zijn werk dat hij weet wat hij kan en er ook van alles mogelijk is, maar wat wil hij? Waar richt hij zijn energie op? Wat is zinvol, voor hemzelf, voor anderen? Wat moet hij leren uit zijn ervaringen met vrouwen, met vrienden? Al die grote vragen komen uit hun hol. Ik ben helemaal niet rouwig dat ik meer dan twee keer zo oud ben als hij. En ik snap ook wel dat hij liever iets anders hoort en ziet dan dat het zoeken nooit ophoudt...

Hij kwam overigens van twee weken lesgeven op Buitenkunst. Ken je die organisatie? Een grote verzameling amateurkunstenaars en -liefhebbers zitten in de natuur onder simpele omstandigheden bijeen en volgen dagelijks workshops onder leiding van vakmensen in alle takken van de kunsten en presenteren iedere avond hun vormen en vondsten aan elkaar. Iedereen zit traditiegetrouw in allerlei groepjes over het terrein verspreid te werken en deelt, wisselt uit, maakt plezier, het is een soort voortdurend kunstzinnig buitenfeest. En dat dan onder coronamaatregelen. Daar kwam hij recht vandaan. Anderen kwamen van hun theateropleiding, van een Franse camping, van een vakantie in Spanje. Zoals we niet ontkwamen aan de ernstige quarantaine een paar maanden terug, ontkomen we nu niet aan een losheid en vertrouwen dat er geen echte gevaren zijn. Ik constateer het en ga voort. Kunnen we iets anders doen? Zou dat moeten? De vragen zijn een beetje verschoven, er ligt wat meer kennis naast, er zijn heel veel meer stemmen overheen gegaan, maar de tijd duwt ons gewoon zachtjes verder door de tijd.

Het zijn stabiele, gelukkige kinderen, ik denk dat ze zich de coronadagen zullen herinneren als een prima tijd

Intussen zijn ook de oudste dochter en haar man en kinderen hier bij ons, net als mijn vriend zijn jongste zoon, een 17-jarige beer van een jongen. Ik besef dat ik erg benieuwd word bij de vraag hoe hún levens er over zeven jaar uitzien, veel meer dan die vraag ten aanzien van mijn eigen leven. De kleinkinderen zullen al bijna geen pubers meer zijn (het schijnt dat pubers geen pubers meer willen heten...), hopelijk zijn ze de volwassenen aan het worden die ze willen zijn. Het zijn stabiele, gelukkige kinderen, ik denk dat ze zich de coronadagen zullen herinneren als een prima tijd. Onze tweede dochter heeft een kleine van een jaar en haar leven lijkt allerminst stabiel op het moment, we maken ons zorgen. Ze communiceert niet gemakkelijk met ons, ze is een echte kreeft die haar scharen dichtknijpt en zich niet wil laten zien.

Als er opnieuw een serieuze golf komt en ons land ofwel Europa weer in een of andere mate op slot gaat, dan geloof ik niet dat wij ons nog zullen laten weerhouden om zo snel mogelijk naar de berg hier te vertrekken. Ik vergeet deze dagen soms echt waarom ik ook alweer in Nederland blijf wonen, al weet ik dat natuurlijk maar al te goed. Ik ben ook steeds weer blij deze plek beschikbaar te kunnen hebben voor mensen die hier hun hart komen ophalen en inspiratie opdoen. Zowel de omgeving als onze aanwezigheid haalt mensen uit hun patronen. De confrontatie met een composttoilet en zijn handleiding, met een kraan waar plotseling geen druppel water meer uitkomt, met eindeloze bremmen- en bramenbossen die de weg omhoog versperren of met een wespennest naast de terrastafel, om maar wat simpele oncontroleerbaarheden te noemen, alles is aanleiding tot allerhande vragen en gesprekken die veel in beweging kunnen zetten en dat ook vaak doen. Samen schrijven onder de hazelaars, in het wilde weg losgaan op papier naar aanleiding van impulsen die we elkaar geven, het levert mooie en eerlijke gesprekken op. Om dan onder de heerlijke koele waterval te staan of je ergens stilletjes terug te trekken.

In Nederland ontmoeten we de nieuwsgierige mensen die de weg naar hier willen vinden. En voorzichtig begint er iets op gang te komen dat er jonge dertigers hier komen die enthousiast zijn om mee verantwoordelijkheid te gaan nemen voor de continuïteit van deze plek, aangezien onze krachten afnemen en het geen vanzelfsprekendheid is dat onze eigen kinderen precies op deze erfenis zitten te wachten. Mijn zoon pakt ook hier aan, maar heeft zelf nog vreselijk veel te doen in zijn eigen jonge leven. Mijn dochter heeft geen enkele belangstelling, ze zoekt haar eigen plek in de natuur elders. Mijn andere dochter heeft een drukke baan, kinderen, en nog een hoop taken daaromheen. Mijn vriend heeft deze zomer al twee vrouwen geleerd om met de bosmaaier te werken en hij is trots op hen.

Hij heeft altijd gezegd dat we hier iets aan het bouwen waren voor dagen dat het leven in de wereld nog wel eens heel beroerd of ontoereikend zou kunnen zijn

In mijn vriend zijn laatste documentaire Mémoires de la Montagne ( heb ik daar al eens over verteld? De film gaat over het leven in deze vallei de afgelopen eeuw bij monde van de oudste bewoners van 80+) vertelt een man met tranen in zijn ogen over hoe zijn geboortehuis altijd zijn toevluchtsoord gebleven is en hoe hij ooit vertrekken moest om te overleven maar teruggekomen is om hier oud te zijn en te sterven. Hij is er zeker van dat zijn plek ook een toevlucht voor zijn kinderen zal zijn. Het is één van mijn vriend's meest dierbare scènes in de film. Hij heeft altijd gezegd dat we hier iets hebben en iets aan het bouwen waren voor dagen dat het leven in de wereld nog wel eens heel beroerd of ontoereikend zou kunnen zijn. Dat we hier nog zuiver water hebben, zuivere lucht waar libellen vertellen dat we een lang leven kunnen hebben, dat we ons kunnen verstoppen voor wat er ook nog eens gebeuren mag. Natuurlijk dachten we eraan toen corona de wereld opschudde. De dingen zijn nooit precies zoals we ze ons verbeelden, maar dit zijn toch ook geen loze gedachten.

O ja, De man en het hout, we hebben het hier. Ik heb het niet gelezen, ik denk dat de titel daar inderdaad toch mee te maken heeft. Maar we hebben deze weken al een goeie middag houtgehakt en gezaagd, het zaagsel verzameld voor het toilet en de blokjes zo stevig en mooi mogelijk gestapeld. Je bent van harte welkom om hier nog eens je passie voor het houthakken te komen uitleven! We weten hoe hard (en heerlijk!) de kachel het wegvreet. Ik ben ontzettend benieuwd naar je verhalen over je belevenissen in de Pyreneeën. En vooral ook natuurlijk naar je gedachten en overwegingen erbij voor je eigen toekomst.

Zo, nu zijn we intussen weer 24 uur verder in de tijd, maar ho maar met dat internet. Mijn vriend keert net terug van boven-op-de-berg waar hij provider Bouygue probeerde te bellen om te informeren en te porren. Niemand aan de lijn natuurlijk, maar wie weet doet een klachtenformulier toch nog iets?

Als ik uit mijn raam kijk zie ik de bomen onder 'onze' top – waar voor ons 'de Geest van de Berg' woont – al roestig en geel worden, de kleur van de herfst. Ik wil het niet zien en kijk door het andere raam waar de zon juist achter de helling verdwijnt en een witgele gloed op de schapenwolkjes werpt. Het is drukkend. Gisteravond werden we overvallen door een enorme wolk vliegende mieren, hele kleintjes maar zo massaal, zomaar uit het niets. Hoe doen ze dat, die beestjes?! Hoe kun je plots met duizenden neerdalen, waar komt zoiets vandaan?

Hou het leven mooi!

Lieve groet,

Pauline

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram