Log in

Wat hou ik toch van dat eeuwige grijs dat Nederland kenmerkt

portret van Xavierportret van Pauline
Xavier aan Pauline
11/15
Kreta, 16 juli 2020

Kalimera Pauline,

Nou, het is gelukt hoor. We zijn sinds een week in Kreta. Ook hier domineert het coronavirus de conversatie. Een korte samenvatting van de reis en de situatie ter plekke voordat ik naar een paar nieuwe ervaringen kan gaan die ik graag met je deel. Onze Griekse vrienden vertelden dat we ons niet zo veel zorgen moesten maken. Dat we gewoon moesten gaan. Dat niemand op Kreta zich meer aan de afstandsregels hield, het kwam wel goed. Wij vroegen van tevoren toch om afstand te bewaren, want we maakten ons toch wel grote zorgen over de vlucht. Okay, als wij er op stonden, dan wilden zij wel daarin meegaan, zodat wij ons geen zorgen maakten.

En ergens hadden ze gelijk. Schiphol was zo goed als leeg op zondagochtend, en iedereen hield zich aan de anderhalve meter. De gate was verdeeld in kleine groepjes mensen hier en daar, verspreid over de hele hal. En het vliegtuig leek wel een privévlucht. Mondkapjes op. Ik denk nog geen tiende van de stoelen bezet. Halverwege wilden ze van de vliegmaatschappij hun geld verdienen, en verkochten ze van alles. Pringles chips, koffie, sandwiches. En toen gingen de mondkapjes overal wel af. Zo zie je maar. 

Letterlijk waren we de enige toeristen in het hele dorp. Waar je normaal toch over de hoofden moet lopen

In Kreta zelf is het rustig op de weg. Taverna's praktisch leeg, ik was in Chora Sfakia, dichtbij jouw idyllisch klinkende Loutro, en dat was totaal uitgestorven. Letterlijk waren we de enige toeristen in het hele dorp. Waar je normaal toch over de hoofden moet lopen. De Grieken kennen Nederland als een losbandig land dat corona zijn gang liet gaan. Hoe vreemd voor ons om te zien dat juist hier letterlijk niemand afstand houdt. Eerst een keiharde lockdown en nu helemaal niets aan maatregelen. Ja, een soort plastic schermpje ter grootte van een bankpas onder de kin van de ober. Een land van extremen, zwart of wit. Wat hou ik toch van dat eeuwige grijs dat Nederland kenmerkt.

De interessante ervaring die ik met je wil delen, begon een paar dagen na aankomst met mijn zoon zijn keel. Hij schraapte hem steeds vaker, begon daarna zijn neus op te halen. En hij klaagde over buikpijn. Nu kan buikpijn voor een achtjarige van alles betekenen. Maar toen hij gloeiendheet begon te worden, begonnen we ons toch wel zorgen te maken. Twee heel slechte nachten volgden. En terwijl de zon buiten fel scheen, bleef mijn vrouw overdag met hem in het appartement. We hadden contact met een Griekse kinderarts. Die vertelde dat ze altijd drie dagen wachtte met koorts bij kinderen. Een andere arts die op bezoek was bij onze Griekse vrienden, drong aan om zo snel mogelijk te testen op corona. Dan konden we dat uitsluiten. Maar waar moesten we testen? Het ziekenhuis, een kliniek? En wat betekende dat voor de rest van het gezin? Quarantaine? Tegengestelde adviezen, zo gaat het altijd. 

We waren opeens een paria geworden. Een bedreiging voor anderen, mensen die vermeden moeten worden

Zo lang mijn andere zoon en ik ons goed voelden, besloten we er toch maar op uit te gaan, wel extra afstand houdend van mensen. We bezochten plekken uit de Tweede Wereldoorlog, een gedeelde hobby van ons. En na twee dagen zakte uiteindelijk de koorts en kwam mijn zoon na dagen ineengekrompen op bed te hebben gelegen, als een opgekropte veer opeens tot leven, met een energieke sprong. “Ik ben... beter!” Hij huppelde direct alweer over het terras, waardoor onze zorgen snel weg waren. Ik begon alweer plannen te maken om huizen te kijken, en stuurde een bericht naar onze Griekse vrienden, dat hij beter was en of ze de volgende dag een paar uur op de kinderen konden passen.

Dat kon dus niet. Onze posities waren diametraal veranderd. Terwijl wij steeds ontspannener werden, was hun standpunt verhard. Waren wij opeens buitenlanders die mogelijk het virus naar Kreta brachten. Ze wilden niet afspreken, uit angst voor hun ouders. Ze voelden zich superschuldig, zeiden ze, maar het ging niet. En dat was vreemd voor ons. Om opeens een perspectiefwisseling te ervaren. Het was iets dat ons zelden overkomt als hoogopgeleide, witte mensen uit een rijk land. We waren opeens een paria geworden. Een bedreiging voor anderen, mensen die vermeden moeten worden. Dat is zo onprettig. Je voelt je schuldig terwijl je er niets aan kan doen. Maar anderen mijden je wel. Dit is het dus, in een tijdelijke en lichte vorm, wat mensen ervaren bij uitsluiting. Vrouwen die geen promotie kunnen maken omdat ze vrouw zijn. Mensen die om hun achternaam, hun huidskleur, hun accent, niet mee mogen doen. Het voelt machteloos en je zelfvertrouwen krijgt er een deuk van. Je wordt onzeker, wat je wel en niet mag doen. Je gaat je eigen keuzes en handelen zien door het oordeel van een ander. En dat remt. Wat mag je vragen voor jezelf? Het duurde maar heel even, een paar dagen, maar het was genoeg om een diepe indruk op mij te maken.

Ik pulk en pulk, telkens weer ruimte vindend om het handvat er doorheen te wurmen en weer een knoopje opgelost te hebben

Inmiddels zijn we verkast van Chania naar de zuidkust, aan een strand dat Ligres heet. Er staat ontzettend veel wind. Die valt vanaf de bergen met kracht op het strand. Dat is ook de reden dat er geen grote toeristische complexen zijn. Het klimaat is te hard en te onvoorspelbaar. Het water is er Hollands koud, maar erg helder. En een beetje zandstralen op het strand, vinden we niet erg. Hier is niets anders te doen dan zwemmen, boeken lezen, eten, spelletjes doen. Het bevalt ons altijd erg goed. We hebben een kamer van vier bij drie, met een tweepersoonsbed voor de kinderen en een stapelbed, waar ik altijd boven lig. We hebben een schuifdeur naar het balkon dat op de zee kijkt. Het is erg eenvoudig, en daardoor heel prettig.

Ik heb al vele uren doorgebracht met het uiteenrafelen van dikke kluwen touw van de vliegers van de jongens. De wind is zo hard dat hun vliegers keihard tientallen rondjes maken en een grote kluwen achterlatend neerstorten. De symboliek van de uren dat ik zit om dit met geduld uit elkaar te puzzelen, kan ik niet zomaar voorbij laten gaan. Ik pulk en pulk, telkens weer ruimte vindend om het handvat er doorheen te wurmen en weer een knoopje opgelost te hebben. Elke keer weer een klein puzzeltje opgelost, zonder doel, behalve dan bereiken dat ze de vlieger weer kunnen oplaten en binnen een paar minuten dezelfde kluwen hebben gemaakt. Ik zie een parallel met de coronaproblemen, die toch weer lijken toe te nemen nu de samenlevingen opengaan. Kleine, tijdelijke oplossingen met lockdowns, maar het raakt zo weer in de war. Ook is er de parallel met het leven, waarin ik telkens nieuwe puzzels zoek om op te lossen, terwijl het hogere doel me ontgaat. Het ontwarren van die vliegers is in elk geval heel rustgevend en prettig, om iets goeds te doen voor een ander, ook al lost het niets groots op.

De mens keurt vaak af, waar die zelf de grootste behoefte aan heeft

Over jouw lezen van ons boek. Ik heb getwijfeld of ik moest reageren, want het zal overkomen als een lange verdediging. Maar ik heb gedacht dat Schrijven naar de toekomst ons bewust aan elkaar verbond, omdat we zo anders naar de zaken kunnen kijken. Dat maakt het interessant voor het project. Nou, daar gaan we dan. Het is fascinerend om een gedetailleerde analyse van mijn boektekst te krijgen. Dat is voor het eerst en het deed me enorm deugd. Ook heerlijk dat het tot gesprekken heeft geleid bij jullie thuis. Tegelijkertijd zijn je standpunten niet nieuw voor me. Ik hoor al je punten al vele jaren van journalisten, die een natuurlijke afkeer hebben van alles wat klinkt als management, totdat er iets goed geregeld moet worden voor hen natuurlijk. Als iets niet loopt binnen of buiten het eigen bedrijf, dan staan ze vooraan om te roepen dat er een gebrek is aan visie, daadkracht en leiding, haha. De mens keurt vaak af, waar die zelf de grootste behoefte aan heeft. Ook jij wilde wel publiek voor je theatergezelschap, maar het goed organiseren daarvan stond je tegen, want dat is je laten leiden door kijkcijfers. Zonde om hier niet veel genuanceerder naar te kijken! Iets goed organiseren kan met behoud van integriteit en vereist naast discipline altijd creativiteit en experimenteren.

Een managementboek met een hart, dat is wel een enorm compliment, omdat we zo proberen ons werk te doen. Tegelijkertijd heb je een goed punt, dat dit een oplossing is voor een klein stukje. Voor de eigen organisatie, maar niet voor de maatschappij, het systeem. Die oplossingen zoek ik dan ook niet en ik pretendeer die ook niet te hebben. Niet om me te verdedigen met die A-spelers, maar het is mogelijkerwijs net als met jouw theaterteksten waarin geen interpunctie te veel stond. Met dat perfectionisme, een vorm van excelleren, zal je ook niet elk gezelschap of elke acteur willen hebben die het uitvoert. Stel dat dit zo is, wat betekent dat voor de afgewezen acteurs met minder talent? Enfin, ik vul dit nu in en heb natuurlijk geen idee hoe dat in werkelijkheid zit. Ik stel me in elk geval voor dat je niet elke krant leest, omdat je een bepaald vakmanschap verwacht en een selectieproces om jou het juiste nieuws te brengen. Dat je niet elk boek van het leven van en voetballer zo maar leest. Dat je niet uit elke sloot water drinkt. Kortom, dat kwaliteit een factor is die ertoe doet. Zoiets proberen we aan te geven met A-spelers. Vergeet niet dat de bedrijven waar we werken, echt op het punt stonden om ten onder te gaan. Als we geen nadruk leggen op excelleren, dan is het gewoon over en uit. Dat zou ik zonde vinden. In the greater scheme of things is het wellicht alleen uitstel van executie. Maar wat is socialer? Het hele bedrijf en de onafhankelijke journalistiek ten onder laten gaan met verlies van banen voor iedereen, of het beter organiseren door de meest geschikte mensen op te leiden en aan te trekken?

Natuurlijk heb je gelijk dat die onrust die ik ervaar, zijn oorsprong vindt in die queeste voor verbetering en vooruitgang, ook al definieer ik die als het verdiepen van inzichten, relaties en vaardigheden. Ik ervaar het als de pijn van het verkrijgen van vakmanschap. Het is een manier van leven, die een hoge prijs kent omdat het me opslokt.

Vaak zijn er geen betere vertalingen voorhanden. Is een centrifuge een droogzwierder? Is een e-mail een elektronisch bericht? En een laptop een schootrekenaar wellicht

Mijn boek is in elk geval geen oplossing voor uitsluiting en voor degenen die verliezen in het systeem. Dit uitsluiten, zeggen ze, is ook het probleem met empathie. Je identificeert je met het lijden van een individu of een bepaalde groep, en sluit daarmee vanzelf de rest uit. Of wordt daar zelfs boos op. Compassie zou iets zijn wat zich vermenigvuldigt naar iedereen en alles. Empathie, dat leidt tot vetes en oorlogen. Zo ook met die Engelse termen. Ja, dat is lastig. Ik heb wel eens met oud-collega Japke een stevige woordenwisseling gehad. Ik heb haar verteld dat ik begrijp dat er allemaal vaktermen zijn die je makkelijk belachelijk kunt maken, maar dat ze daarmee ook de goede concepten erachter wegduwt én de personen zelf opzijschuift door hen belachelijk te maken. Vaak zijn er geen betere vertalingen voorhanden. Is een centrifuge een droogzwierder? Hoe noem jij een computer? Noem je een email een elektronisch bericht? En een laptop een schootrekenaar, wellicht? Vaak vind ik de vertaling nog belachelijker dan het anglicisme. Veel mensen associeren ‘managen’ met de baas spelen, of onnodig administreren. Soms zijn ze er zo wars van dat het tot chaos leidt en onduidelijkheid voor iedereen. Vooral bij journalisten is er wel eens afkeer, zoals ik al schreef. Soms werkt hun zelfregulering goed, en soms helemaal niet en ontstaat er haat en nijd en vallen veel mensen buiten de boot, juist door een gebrek aan management en aandacht. Ik generaliseer en doe nu heel veel anderen enorm te kort.

Dan nog over de klant. Dat woord gebruiken we in het boek omdat het voor alle sectoren van toepassing is. Zelf praten we meestal over lezers. Als het goed is, heb je nergens kunnen lezen dat wij van journalisten vragen om te schrijven wat mensen willen horen. Dat zij moeten buigen voor marktvraag. We willen graag onafhankelijke journalistiek. Als niemand daarvoor wil betalen, dan zal ze vanzelf verdwijnen. Of we moeten leven van subsidie. Daarvoor zijn we erg bang, want dat voelt voor ons allesbehalve onafhankelijk van de machthebbers die we graag controleren.

Zoals sommige mensen theater als een linkse hobby zien voor een wereldvreemde elite, zal het andere uiterste marketing een vies woord kunnen vinden, dat alleen maar vrijheid en creativiteit beknot

Meer dan de journalistiek zelf, gaat het ons om klantbehoeftes er omheen. Hoe de factuur er uit ziet, hoe de app werkt, hoe je inlogt, wat je bereid bent te betalen. Ik denk dat we dat niet goed hebben kunnen overbrengen. Dat is het lastige met openbaar maken van je gedachten. Je kunt ze niet overbrengen in al hun nuances en mensen hebben hun eigen beleving erbij, gebaseerd op hun eigen voorkeuren en ervaringen. Die kleur kunnen we er nooit afhalen. Zoals sommige mensen theater als een linkse hobby zien voor een wereldvreemde elite, zal het andere uiterste marketing een vies woord kunnen vinden dat alleen maar vrijheid en creativiteit beknot. Tussen beide ongenuanceerde gedachten ligt een wereld in het midden, die ik probeer te bevolken met mijn gevoelens en gedachten. De essentie van het boek is dat we mensen juist uitnodigen om de door hen mentaal zo vaak betrede paden te verlaten en eens om de hoek te gaan kijken hoe de wereld daar wordt beleefd. Het is die verrijking die tot begrip en samenwerking leidt in een klein menselijk verband. Over de maatschappij durf ik niets te zeggen.

Je verwart tot slot ten onrechte mijn stoppen met nieuws lezen met een gebrek aan verbinding. Hier moet ik even heel scherp zijn. Ik ben niet tegen nieuws lezen. Integendeel. Ik kan me wel goed inleven en compassie voelen voor de mensen die dat wel graag doen. Ik ben er zelf mee gestopt toen ik er een overvloed van heb binnengekregen als journalist. Ik ben ook al jaren zelf geen journalist meer. Die moeten overigens het nieuws wel minutieus bijhouden. Ik zorg dat er voldoende middelen zijn om die journalistiek te plegen. Daarvoor lees ik ontzettend veel vakliteratuur. Dat is mijn vak en mijn ontwikkeling van vakmanschap.

Mijn moeder bakte de beste biefstuk voor het gezin, maar at er zelf nooit van

Om iets goed te doen, hoef je bovendien niet zelf elke dag het gedrag van je gasten/klanten/lezers/patiënten/kijkers te vertonen. Je moet je er in mijn ogen wel mee kunnen verbinden. Luisteren om te begrijpen. Mijn moeder bakte de beste biefstuk voor het gezin, maar at er zelf nooit van. Ze bakte ze zelfs met de grootste liefde voor ons en volgens recept van haar Franse voorouders. Haalt het feit dat ze het zelf niet at, dan ook haar hele kookkunst onderuit? Kan een arts die zelf niet ziek is, iemand wel genezen? Moet een leraar wiskunde de hele dag alleen maar sommen van zijn leerlingen maken? Driewerf nee. Het helpt wel als ze verbinden met de behoeftes van hun leerlingen, patiënten en familieleden.

Ik had de hoop dat ons boek geen hoogmoed toonde, maar de noodzaak om bescheidener te zijn en te luisteren naar mensen om ons heen. En wel in te grijpen als de situatie daar om vraagt om het grotere geheel te redden. We proberen uit te drukken dat we ons succes te danken hebben aan de anderen om ons heen. Ik vrees dat dit niet gelukt is, naar het voorbeeld dat je geeft van je zoon is een wijze les voor ons. Heeft hij de prijs ook geweigerd in ontvangst te nemen? Ons idee is dat we goed en met aandacht zorgen voor het nu, beter en steeds beter, zodat we ook zorgen voor onafhankelijke journalistiek over zeven jaar. Of twintig. Of een eeuw.

Hora est. Tot zover mijn verdediging. Ik heb de mentale ruimte nu niet om al je vragen te beantwoorden. Wie weet later. Wel zeg ik nog graag dat ik even oprecht naar jou toe ben als naar anderen die ik goed en persoonlijk ken. Ik maak daar geen onderscheid in. Ik doe bij jou iets beter mijn best om het te formuleren met gestoffeerde zinnen. Ik schrijf natuurlijk wel aan een professioneel schrijver en dat vind ik soms best intimiderend.

Ik raad je graag het boek De man en zijn hout aan, dat ik met veel plezier las, omdat ik zelf ook heel graag hout hak, zodra ik de kans ertoe heb. Een vorm van zorgen voor later. Klaar zijn voor tegenslagen. Veel tips voor het drogen en stapelen van Scandinavische houthakkers. Kennelijk heeft die foute marketingafdeling bepaald dat dit boek niet voor vrouwen is, maar ja, zo zijn die types! Ik brand ook graag hout op open vuur. Ik droom van een eigen kachel tegen alle milieuregels in. Wie weet een keer bij jou. Wat is je exacte adres, nu je dat toch hebt gekregen van de Franse overheid? Dan kan ik kijken of het haalbaar is. Mogelijk kom ik met een vriend, dan slapen we ergens in de buurt om jullie niet tot last te zijn. Ik ben benieuwd of er ook een Mollenhol in Frankrijk is. En ik ben benieuwd naar je vriend, de natuur en naar jou. Tot slot, vraag ik me deze hele tijd af, wat die aandacht van de Griekse man toch in concreto kan zijn geweest. Gek toch, welke dingen een mens bezig kunnen houden.

Alle goeds!

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram