Log in

Rebecca vanuit de vouwwagen

portret van Rebeccaportret van Harro
Rebecca aan Harro
3/7
In de camper in de Noordoostpolder, 05 augustus 2020

Hoi H.,

Grappig, het voelt alsof ik je schrijven kan, op deze wat rusteloze avond. Ik ben op vakantie. Alleen, met mijn kind, voor het eerst. Zoals je weet. Het bevalt me eigenlijk prima, maar ook voelt het vervreemdend. Ik lig alleen in een reusachtige vouwwagen. Die is dus te groot voor een vrouw met een kind, maar ik zit erin. Ik krijg soms wat onwennige gedachten. Gedachten die mensen moeten denken en ik niet helemaal voel en dat je je dan afvraagt of ik ze moet voelen. Ken je dat? Zoals: wat zielig, een vrouw alleen met een kind. Of: dat moet toch wel heel rottig zijn voor die vrouw, om dat allemaal alleen te doen. Of: ik voel me eigenlijk wel prima, of vertel ik mezelf een verhaal om me niet rot te hoeven voelen?

Het confronterende is dat ik de scheiding als een opluchting heb ervaren, en niet als het afschuwelijke waar ik bang voor was. Jouw verhaal over die scheiding vond ik ook heftig, en tegelijkertijd praat je er met een gemak over dat ik opvallend vind. Het zal zijn omdat je ergens in de veertig bent en een en ander hebt verwerkt. Het verhaal is onderdeel van jou geworden. Je schrijft dat je niet weet wat een goede vader is. En wat je doet als vader, omdat die van jou afwezig is. Was. Of is? Is hij er nog? Denk je dat het anders zou zijn gegaan als de scheiding niet lelijk zou zijn geweest? Het klinkt alsof je een goede vader bent. Eentje die zich bewust is van wat hij doet. Eentje die liefde bovenaan zet en ook streng is. Eentje die het spel in de relatie met zijn kinderen onderzoekt en blijft vinden… Ik weet niet hoe een vader moet zijn, maar ik denk zoiets als wat jij beschrijft.

Ik hoor vaker mannen die daar de weg een beetje kwijt in zijn. Het valt me op. Dat er zoveel witte mannen zoekende zijn naar hun rol. Er komt dan naar voren dat er iets is met: hoe sta ik in de maatschappij als witte man en hoe ben ik een vader naast vrouwen die gelijkwaardigheid verwachten, opeisen, en terecht willen, terwijl onze vaders die nog niet helemaal te pakken hadden vroeger. Ik ken weinig mensen van onze leeftijd die vaders hadden die de zorg over kinderen deelden met de moeders. Het waren de moeders die het deden en de vaders verdienden het geld en waren afwezig. Veel vaders waren buiten aan het jagen en afwezig in het huis. Ik weet dus ook niet wat een goede vader is. Jij lijkt me er eentje.

11 augustus 2020

Ik weet ook niet wat een goede relatie is.

Ik weet ook niet wat een goede relatie is. Als ik weer in een relatie beland, wil ik er eentje die gaat over er zijn voor elkaar, elkaar horen en zien, liefde en ruimte voor elkaar. Iemand zijn gang laten gaan en toch in verbinding blijven, en als dat niet lukt, dat in verbinding blijven, dat dan aangeven. Elkaar steunen en er zijn als die ander het even moeilijk heeft. Vrijheid ook, binnen een relatie. Niet te veel opleggen aan een ander.

Jij en Antoinette zijn heel blij met je relatie. De verliefdheid is misschien weg, maar jullie zijn blij met wat je hebt. Staat dat kaartenhuis stevig en kunnen jullie af en toe wat herzien? En ik bouw misschien zelf wel weer een relatie op dit moment. Ik weet het niet zo goed. Wat er met F. gebeurt. Verliefdheid is een gekte.

Het toont maar weer hoe bijna alle oorlogen in je hoofd gestreden worden en wat een waanzin de liefde eigenlijk is.

Er is een dag vandaag dat we elkaar heel weinig hebben gesproken en mijn hoofd gaat op hol door een stilte die niet zo veel betekent. Het toont maar weer hoe bijna alle oorlogen in je hoofd gestreden worden en wat een waanzin de liefde eigenlijk is. Het rommelt met de grond onder je voeten. Het is een onomstotelijk omwoelen en wroeten van je wezen, met als object van dit alles een ander mens. Wat er gestreden wordt, strijd ik met mezelf. Ik kom mijn eigen verrukking tegen in de hoogtepunten en vind mezelf dan mooi en leuk en aantrekkelijk en bijzonder. In de zwartere momenten daal ik af naar een put vol angst. Het is daar niet fraai. Je vindt daar alle mogelijke zelfafwijzing. Kortom, je komt terecht in het afvoerputje van de mens.

Als deze krankzinnige verliefdheid op F. me iets laat zien, dan is het wel dat het allemaal in jezelf zit. Dat het een totale projectie is van verlangens en angsten op een ander mens, terwijl de waarheid niet in die mens zit, maar in jouw eigen wezen. Wat hij doet, daar heb ik geen invloed op. Ik vind het mooi hoe het toont wat je wil zien, horen, vinden. Het is intrigerend en spannend hoe je iemand leert kennen. Via woorden in je telefoon. En via bellen. Hij belde me vlak voor ik op vakantie ging. Als je belt praat je niet alleen, maar je luistert ook naar ademhalingen tussen regels door, naar stiltes en naar zuchten. Je luistert naar de stilte die juist een verlangen opwekken, en soms echter zijn dan de verhalen. Toen we stil waren, voelde ik mijn lichaam aangaan en in vervoering raken. In de stiltes was er het ontastbare voorbij woorden. Maar juist die stiltes waren moeilijk om te laten bestaan. We hingen op, en ik bleef achter. Stilte. Alleen. Gloeiend. Mijn huid tintelde.

Ik ben anders gaan denken over relaties. Maar wat ik merk, Harro, is dat ik helemaal niet wil freewheelen, wat ik wel dacht. Ik wil helemaal geen open relatie, wat ik ook dacht. Ik wil niet rondklooien, wat ik dacht. Ik wil gewoon echte verbinding. Ik wil gewoon een mens die voor mij kiest en gaat en wil gaan. Een mens die mij en mijn gedoe echt wil ontdekken. Een mens die mijn verhaal wil horen, die de tijd voor me neemt. Iemand net als F. met wie ik op metaniveau kan bespreken wat er tussen ons gebeurt. En ook iemand bij wie ik kan uithuilen. Iemand die me hoort als ik iets moeilijk vind. Iemand met wie ik het land van hoop en vrees kan doornemen. Een mens, kortom, die zich diep wil verbinden met mij en alles wat ik ben. En dat dat dan niet alleen gaat over mijn leukte en mijn gekte, en mijn beleving, maar ook over hem en daarin elkaar dan onderzoekt en dingen dan samen uitpluist.

Ik moet twee workshops geven morgen. Ik geloof dat ik het officieel kut begin te vinden. Ik vind lesgeven niet zo stom, maar ik ben veel beter in andere dingen. Ik merk ook dat ik er door die corona-tyfus helemaal uit ben. Ik schud lessen voor kinderen doorgaans uit m’n mouw, maar nu denk ik: sjezus, hoe werkt dat ook alweer? En ik heb vooral geen zin. Ik wilde uit het lesgeven, want hoewel ik er lol aan beleef, vind ik het een slopend en weinig lucratieve bezigheid. Hard werken voor weinig geld. Lesgeven is wel een soort basisinkomen geweest de afgelopen jaren. Dat basisinkomen van Rutger Bregman, dat had ik door les te geven. Voor corona probeerde ik eruit te komen, door meer andere dingen te gaan doen. Trainingen geven en projecten opstarten. Maar, nu is alles anders. Nu is er even bijna geen inkomen. Nu is er even een gapend gat van werk. Niet dat ik geen werk heb, want ik heb van alles bedacht en opgezet. Een stichting onder andere, zoals ik je vertelde. Maar even genoeg over mij, dat vertel ik nog wel eens, van die stichting. Hoe zit het met jou en dat werk? Je hebt van alles gecreëerd. En je hebt banen ergens vandaag geritseld. En je gaat M en DWDD verpulveren. Nou vertel dan maar. Is dat dat concept dat je onderzoekjes doet bij de mensen en aan de hand van de uitkomsten een programma in elkaar draait op zaterdagavond?

12 augustus 2020

Mensen wennen aan alles.

Het contact met F. is trouwens steady op dit moment. We hebben elkaar een paar keer gesproken. En we gaan elkaar zien. Zaterdag. Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat het niet leuk is, maar het kan natuurlijk wel. Ik vertrouw erop dat het goed zit. En die angst over al die dingen…ik laat het maar even bungelen en hangen en denk: ja ja ja, die angst is er ook, maar als ik me daardoor laat weerhouden, dan weet ik het ook niet meer. Bovendien wen je aan deze vorm van contact. Mensen wennen aan alles. Ineens denk ik: stel je bent blind, leer je elkaar ook kennen zonder zicht, al is het dan gewoon? Mensen die in gevangenissen corresponderen met onbekenden worden ook verliefd op elkaar.

Ik las op de eerste pagina van een boek dat ik ergens vond dat het niet de liefde en de vertrouwdheid is die mensen bindt, maar seks. Dat het niet vanuit het hoofd is dat mensen binden, maar vanuit hun buik. Ik heb het boek geleend, van een schrijver uit India, en lees het maar. Het heet De alchemie van het verlangen.

Trouwens, F. lacht niet te hard om mijn grappen, dat was de liedjesvriend, op wie ik niet verliefd was. Jouw moeder is dus met een man van zestien jaar jonger. En zij zegt dat jij daar niets mee te maken hebt. Goed van haar. Want dat heb je niet. En toch… Waarom is jouw relatie met haar heftig?

Ik heb het gevoel nog lang niet in te zijn gegaan op alles. Dit belooft een lange correspondentie te worden als we alles willen uitdiepen en vertellen. Ik voel me er wel in thuis. Geloof ik.

Dag Harro. Ik ben benieuwd naar je verhalen. Ik zal je vertellen over zaterdag in de volgende brief.

Rebecca

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram