Dank voor je brief, het was me een plezier! Je woorden over je werk, je dromen over verandering, over wat nu 'een dubbelleven' is gaan heten, ze zijn zo levend en ze roepen meteen weer van alles bij me op.
Toen wij besloten om een vol jaar in Frankrijk te gaan leven (1999) in wat nog bijna een ruïne was - we hadden de zomer ervoor een nieuw dak gelegd, dus een echte ruïne was het niet meer, maar de stapelmuren waren bijvoorbeeld nog niet gevoegd en er was nog geen schoorsteen, geen afvoer, geen binnentoilet, geen warm water, geen telefoon of internet, enzovoort, vertelde ik dit aan de onderwijzer van mijn zoon. Hij zou dus na groep 8 niet naar de middelbare school gaan; hij had eerder een klas overgeslagen, hij was nu elf, het was een perfect moment om een jaar uit zijn schoolloopbaan te stelen. Deze man zei toen de heuglijke woorden: 'Dus jullie gaan precies dat doen waar we allemaal van dromen, waarvan we zeggen dat dát het is wat we willen doen en we doen het niet, maar jullie doen het dus écht!' Ik ben dat niet vergeten, want het was zo raak wat 'ie zei.
Ik had naam gemaakt en begon te beseffen dat ikzelf in werkelijkheid misschien iemand anders was dan het beeld dat ik van mezelf had geschapen
Ik had dat niet echt beseft, maar het was waar dat wij onze fantasie om eens vier seizoenen achtereen in de natuur te leven wisten waar te maken (en niet een lange zomervakantie vertragen en gedijen en dat binnen de kortste keren verliezen). Ik had toen 8 jaar een theatergezelschap geleid, dus saai werk had ik bepaald niet, wel hectisch en intens. Maar ik had er in die jaren mijn actuele dromen uitgespeeld en vormgegeven, ik had naam gemaakt en begon te beseffen dat ikzelf in werkelijkheid misschien iemand anders was dan het beeld dat ik van mezelf had geschapen en dat de wereld van mij gemaakt had en steeds bevestigde. Wat moest ik nog doen, hoe moest ik nog belangrijk en inspirerend theater maakte als ik mezelf mijn 'mooie verhaal' weer hoorde vertellen en eigenlijk geen sterke dromen meer koesterde van stukken die echt gemaakt móesten worden. Anderen hadden die dromen wel. En geen geld. Terwijl ik weer een 4-jaar-Kunstenplan moest bedenken en realiseren. Ik was pakweg 45 en dacht: er ligt nog een leven voor me, nu moet ik springen.
Ik zeg niet dat het allemaal makkelijk was. Ik heb het theater gemist, getwijfeld ook, me verloren gevoeld, want vrijheid is moeilijk. Ik was mijn identiteit kwijt, ik was een soort niks daar in die bergen, ik moest alles leren, waarom had ik dat gedaan? Stiekem dacht ik dat er wel een of andere doordeweekse dag zou opduiken dat ik mezelf geïnspireerd aan een nieuwe theatertekst zag zitten schrijven. Integendeel. Er kwam niets meer. Heel erg lang. Heel erg niks. En dat voegen van eeuwenoude granieten muren met loodzware emmers mortel op zelfgebouwde steigers, dat kostte, zeker met mijn perfectionisme, eindeloos gepruts en eindeloze tijd, ik was daar toch helemaal niet voor gemaakt!
Niet-meedoen met de verwachting, met de regels, met de overtuigingen, ik hou er zo van
Goed, heel veel verhalen natuurlijk, maar ik weet zeker dat dat leven met al zijn bizarre opgaves en wendingen, een enorme zin heeft gehad, hoe zinloos het er ook vaak uitzag in verhouding tot het belangwekkend theater dat ik had (mogelijk) gemaakt. In ieder geval bracht het met zich mee dat we bij het toeslaan van corona en al zijn vergaande gevolgen voor ons aller alledaags leven, geen krimp gaven en al zeker helemaal nergens bang van werden.
De mogelijkheden die je schetst om jouw en jullie leven te verrijken met een andere plek, klinken uitdagend. Wat het ook voor je wordt, veranderen en bewegen, dat is zo goed voor een mens, voor een open blik en een gezonde lenige geest. Niet-meedoen met de verwachting, met de regels, met de overtuigingen, ik hou er zo van. Wij hebben ons hier bijvoorbeeld de afgelopen dagen intens verbaasd over heel die reuring over Halsema die de Dam niet ontruimde toen het er te druk werd bij de demonstratie afgelopen weekend. Ha, iemand die de moed heeft in een plotse situatie helder na te denken, af te wegen, kleur te bekennen, de regels en verwachtingen niet koste wat kost volgt én daar zo goed en kwaad als mogelijk over communiceert. Top toch? Niet voor Nederland. Ik kan me blijven verbazen.
Of ik het goede van twee landen/maatschappijen zie? Ik zou het niet weten, ik weet niet wat het goede is. Ik weet wel dat een leven in twee werelden je altijd weer losgooit en hoe waardevol dat is. Dat niets is wat het lijkt. Dat alles altijd verandert. Dat alles is zoals wij het zien, kwestie van perspectief, van het percipiëren.
Bij de molen is het water, zijn de rotsen en de bomen onze buren, onze vrienden, onze gesprekspartners. Daarmee vergeleken zijn mensen volslagen maf en treurig en komisch
Veel is in Nederland voor ons tamelijk maf en lachwekkend, omdat we hier onder de mensen zijn, in een vol land, een stedelijk land, een super-georganiseerd land en niet in de natuur. Maar veel is ook vertrouwd en eigen en door veel weg te gaan hou je veel fris. Bij de molen is het water, zijn de rotsen en de bomen onze buren, onze vrienden, onze gesprekspartners. Daarmee vergeleken zijn mensen volslagen maf en treurig en komisch. Dat heb ik echt pas gekregen door lang daar te zijn, door me aan die omstandigheden over te geven. Door regelmatig het nakijken te hebben bij van alles wat je er tegenkomt en dat je niet zomaar kunt (laten) oplossen. Het maakt je leven, je blik, de kijk op jezelf anders als je meer door de bomen en het weer bekeken wordt dan door andere mensen. Al heeft het me jaren gekost mezelf minder serieus te nemen en heb ik de natuur nog altijd nodig om dat proces te scherpen.
Die corona wordt ook waanzinnig serieus genomen. Logisch natuurlijk, ik wil ook eenvoudig vermijden om het te krijgen, dat is namelijk beter en fijner. Zeker voor het geval het niet te genezen zou zijn en die kans is reëel. Maar dat daarom alles en alles overstemd moet worden door de ins en outs van het coronavraagstuk op de millimeter, dat blijft voor mij van de zotte. Ongezond, om maar eens een woord te gebruiken... Doodsangst en schuldgevoel. En vast nog wel wat. Echt erg slechte motieven om je leven naar in te richten, lijkt me.
Misschien werkt het zoals een zwak punt in je lichaam. Het evenwicht vinden tussen aandacht geven, behandelen - zakelijk zeg maar - en vertrouwen bouwen, er niet op gaan zitten, er geen Ding van maken, het niet voeden met energie. Het is een kunst, een levenskunst. Ik beoefen die al jaren op mijn hart. Ik zeg niets over resultaten, ik kan niets bewijzen.
Verdomme, ik word oud!
Nu heb ik die enkel. Ik ben dus niet in evenwicht. Ik had de klap ook vastgezet. De fysio manipuleerde en ik voelde mijn spieren spannen en mijn emotie opwellen en wist, ha, ik heb hier een klein trauma zitten maken. Nu doe ik wat in wezen homeopathie is. Ietske te ver gaan zodat ik de pijn voel en wegademen. Ik geef aandacht én ik heb het er niet te veel over. En ja, ik denk ook over wat er ín die enkel besloten ligt, of beter: uitgedrukt wordt van wat er in mij bezig is. Waarom sta ik wankel op mijn voeten? Mijn benen zijn sowieso lekker bezig, een artrose-knie, een zenuw uit de rug die zindert... Verdomme, ik word oud!
Ik ga naar Qi-gong. AU, waarom lijden wij ook alweer?! Ik heb een hekel aan sport, ik droom liever, maar ik ga op één been aan het aanrecht staan, en opnieuw en opnieuw. En dan ga ik gewoon boodschappen doen en doe ons een plezier, koop nog eens asperges. Aandacht én geen-aandacht, het kan niet en toch doen. Niet goed, niet slecht, genezing beogen, en er niet meer mee bezig zijn. Weet ik veel, ik doe maar wat, maar ik weet wel wat ik doe en laat.
Theater Artemis - het gezelschap dat ik in 1990 op mocht richten (het begon met een opdracht van de provincie, met subsidie) - bestaat dertig jaar en bedacht dat het boeiend zou zijn een gesprek te maken tussen de huidige artistiek leider, die heel erg gewaardeerd wordt en interessant is in het vak, en mij als eerste artistiek leider. En dat door een kunstredactrice die al die dertig jaar het gezelschap heeft gevolgd, voor Trouw. Mooi plan. Maar het feestje gaat niet door, omdat ze, behalve aandacht voor de geplande première van een nieuwe voorstelling in oktober (we leven juni, is het niet?), willen schrijven over het produceren van theater in coronatijd. Zakt mijn broek een beetje af. Je leest dus amper iets anders dan van zulks! Corona is het nieuwe Doen geworden. Als je geen corona 'doet', sta je buiten de tijd, zo lijkt het. Volgens mij heet dat kortzichtig.
Dan krijgen we nu de tijd van het voorbij-corona, waar we ons dan allemaal mee bezig moeten houden, daarna misschien nog een nieuwe golf, help help... en dan zal er toch wel die langverwachte oplossing komen in de vorm van een vaccin, toch? En voilà, hehe, we kunnen weer een beetje uitbuiken... de boel goed schoonvegen, de verlorenen zijn algauw uitgehuild, dat is hen tenminste geraden, de winnaars schenken nog een extra glaasje in, we evalueren nog een beetje links en rechts... maar oh, geen tijd, geen tijd, er zijn zoveel nieuwe kersverse problemen om bovenop te springen of van wakker te liggen. Corona, wanneer was dat ook alweer? Hebben we daar iets van geleerd?
Dat jij fantaseert over een plek weg van je dagelijkse besogne, juist nu, dat je er niet bovenóp springt, maar eerder sterker ervaart, en nog meer zin hebt om eruit te springen, ik ben mee! In hoe je je werk en haar (on)zin omschrijft ben je superscherp. Zo scherp dat ik haast zou zeggen dat je niet niets kunt doen. Natuurlijk kan dat wel, alles verandert, alles kan op een nieuw moment weer anders gekleurd worden en zo, maar je zegt in een paar woorden wel grote dingen met grote helderheid. Je kinderen, je gezin onderhouden en mensen stimuleren efficiënter te werken, natuurlijk zijn dat zinvolle dingen, voor zover dingen zin hebben. Maar als je het zo formuleert als jij doet, dan wens ik je heel hard een vorm en manier toe die je meer vervult, die spannender voor je is. Wie je ook bent, hoe meer Xavier 'en nature', hoe beter.
Zoals je weet lees ik wel de krant. Gisteren, ergens op pagina zestien het bericht van een enorme milieuramp: 20.000 ton diesel gelekt in een rivier in het hoge noorden van Rusland. Er staat een luchtfoto bij van een verbreding van de betreffende rivier op het punt van de onbedoelde invoer en het ziet eruit als een reusachtige rode zee van bloed. Oorzaak zou zijn het smelten van het permafrost diep in de grond, waardoor ernstige verzakkingen optreden. De mijn (palladium en nog zoiets) is aan het zakken. De lek werd ontdekt omdat een voorbijrijdende auto op de weg spontaan in brand vloog. De gouverneur van de regio hoorde het via sociale media. Via sociale media! Niemand weet hoe dit op te lossen. Experts met alle handen in het haar.
Pagina 16 van een kwaliteitskrant: pagina 1 tot 15 ongeveer gevuld met corona gerelateerd nieuws. Die demonstraties tegen racisme die volkomen overschaduwd worden door zoiets als een afstand van anderhalve meter tussen jou en mij.
De ambtenaar vraagt of haar man aan corona is doodgegaan. 'Nee,' zegt de vrouw. 'Oh, gelukkig,' verzucht de ambtenaar
Drie intensivisten schrijven op de opiniepagina dat ze zich heel veel vragen stellen bij de roep om meer structurele IC-plekken in de nabije toekomst. Er zijn globale berekeningen gemaakt die vertellen dat er 16 tot 23 duizend levensjaren zijn gewonnen op de IC's bij coronabehandelingen en dat er in dezelfde tijd 60 tot 100 duizend levensjaren zijn verloren door het opschorten van reguliere zorg. Belachelijke cijfers natuurlijk. Niet te becijferen bovendien. En toch. Als gedachtegang. Als uiting van het zoeken naar de zin van je werk, de volharding van al die investering van energie, kennis en zorgzaamheid. De juistheid van goede bedoelingen.
Een vrouw belt naar de gemeente dat de parkeerplek voor haar invalide man niet meer nodig is, hij is twee weken geleden gestorven. De ambtenaar vraagt of hij aan corona is doodgegaan. 'Nee,' zegt de vrouw. 'Oh, gelukkig,' verzucht de ambtenaar. Zo'n alom gedeeld thema, waar je vandaag de dag de hele wereld aan kunt relateren, wat moet dat voor sommige mensen een zegen zijn, zo overzichtelijk.
Ik lees de krant, ik word er wakker van, ik zucht erom, ik ben geraakt, zulke dingen blijven hangen. Het is een gekkenhuis, een theater van jewelste, een neverending story van de benauwde menselijke geest. Ik kan het niet helpen, ik denk dat het erger en erger wordt. Natuurlijk verlang ik naar de molen in de bergen, naar die stilte, naar de gloedvolle verwachting en dan de opwinding van het zien van de eerste libellen en de eerste adelaar. Weg van de permanente onbedoelde clownsacts en trapezenummers. Een dubbelleven!
Ik probeer te zijn waar ik ben, maar ik ben eigenlijk ook altijd aan het opstijgen. Ik zoek met mijn voeten op de grond naar het perspectief van een vogel. Hoog Sammy, kijk omhoog. Soms vergeet ik dat ik een blinde Mol ben...
Ja, soms is het genoeg, had iemand al gezegd, die man met die eenvoudige prachtige naam Bloem. Ook nu zeggen hier en daar, en meer en meer mensen: het is genoeg. Dat is belangrijk.
Ik luister naar hen en brei ruimte om hun woorden heen waar die beginnen te benauwen
Onze kleindochter was jarig, we gingen voor haar zingen en met elkaar eten en drinken in de tuin en de schapen achter het huis begroeten en de nieuwe eieren van de ganzen in hun nest en ik kwam binnen en riep hard 'Knuffel, knuffel!' bij wijze van innige begroeting, en mijn schoonzoon die geen schoonzoon heet, hij is 53 jaar, komt op me af en knuffelt me uitbundig. We lachen en ik kraai 'Heerlijk!'. Zo, zo gaat dat dus. Zo ging het. Toen ook mijn kleindochter even omhelsd. Trappelend, gierend. Nee, het mag niet. De kinderen hielden afstand, renden met de kadootjes de tuin in. Mijn zoon was licht verontwaardigd en hield zich aan de wet: ik was gisteren nog in het AZC, zegt 'ie, ik doe niet mee. Helemaal juist.
Wanneer kom je bij mij in de tuin zitten, zegt mijn oudste zus, ze is achter in de zeventig en gezond voorzichtig. Hoe versoepelen we ons privéleven?
Natuurlijk ga ik ook bij haar in de tuin zitten. Haar ga ik vast niet aanraken. En natuurlijk ging ik wandelen met H. en wandelen met A. en zitten we op bankjes in het park en praten we over wat deze tijd met ons aan het doen is. Ik ben verbaasd over hun angst. Mij gaat het niet lukken om bang te worden. Ook niet eenzaam. Ik luister naar hen en brei ruimte om hun woorden heen waar die beginnen te benauwen. Luisteren en een beetje opentrekken, is dat genoeg? Het doet goed.
Maak je alsjeblieft geen zorgen over de lengte van je brieven. Je kunt evengoed zeggen dat ik een kletser ben. Ik was altijd een heel economische schrijfster met een uitgepuurde taal. Regisseurs wisten dat er geen woord teveel en geen woord te weinig stond, ze bogen zich zelfs over de interpuncties, want ook die schreef ik niet voor niets. Ik geloof dat ik me bevrijd heb uit dat perfectionisme, ik ben nonchalanter en rauwer geworden. Bovendien is dit een brief en je geeft me niet de indruk dat je er last van hebt dat ik me laat gaan.
Dankjewel voor het lezen, Ik wens je nog een fijn weekend en vergeet niet te dromen!
Hartelijk, Pauline