Log in

Goed, ik heb nu dus een reden om hier te zijn, zittend met een voet omhoog...

portret van Paulineportret van Xavier
Pauline aan Xavier
5/15
Linschoten, 18 mei 2020

Dag Xavier,

Dank je voor je brief! Met alles wat er vandaag de dag aan tekst en verhalen wordt geproduceerd en eindeloos verspreid, gaat er toch weinig boven het plezier van een persoonlijke brief. Dat hebben ze goed gezien met dit project. Natuurlijk kun je zeggen dat de pen ontbreekt en het handschrift, de envelop en de postzegel, het wandelingetje naar de brievenbus, de verrassing op de deurmat! Je kunt niet alles willen...

Ik zit op de bank, een verbonden enkel, verstuikt. Simpele, domme struikeling tussen bureau en bed, toen ik in mijn stoel een beetje in slaap gesukkeld was, vijf uur in de middag, zon door de ruit... precies dat tijdstip dat je ogen dichtvallen. Ik viel echt om, klapte tegen de deur en wist dat het niet helemaal oké was. Ik wilde dat alleen niet weten, ging op bed liggen en viel in zo'n erg lekker dagslaapje. Het duurt uren voordat zoiets echt pijn gaat doen. Zat dus vannacht om twee uur op de rand van het bad om die zwelling een tijdje onder de koude kraan te houden. Soms vallen mensen even om omdat ze gedwongen moeten worden om stil te staan. Was ik niet al stilgevallen? Jawel en toch blijft me een gevoel achtervolgen dat ik iets moet doen. Iets zinnigs. Dat zal het zijn. En ik heb helemaal geen zin. 

Zitten en geen zin hebben is gewoon ook een vrij goede toestand voor een mens

Ik heb geen zin om ook maar iets te doen dat op zo'n eeuwig lijstje staat van dingen die aandacht vragen. Geen achterstallige dingen als die laatste lik verf in de keuken, of de ramen opmeten om jaloezieën te bestellen, geen vriendelijke dingen als informeren naar mensen die er in mijn hoofd eenzaam bij zitten, geen vrolijke dingen als cakejes bakken of grappige mondkapjes naaien, geen inspirerende dingen als prachtige boeken lezen of een indringende docu kijken, geen onnozele dingen als Printerest-plaatjes voort laten rollen over mijn scherm van verbouwde badkamers of surrealistische collages. Ik heb geen zin! Mijn moeder zei: “Dan moet je maar zin maken.” Alle moeders hebben dat vast wel eens tegen hun kinderen gezegd en alle kinderen hebben dan gezucht of gegromd, de ogen naar de hemel geslagen, want zoiets stoms als ‘zin maken’, dat kunnen alleen lastiggevallen moeders bedenken, moeders waar je dus niets aan hebt!

Afijn, ik lig dus plat en nu heb ik helemaal geen zin meer natuurlijk. Al stroomt het besef al binnen dat het erg onbelangrijk is of je zin hebt en dat het ook prima is om geen zin te hebben. Zitten en geen zin hebben is gewoon ook een vrij goede toestand voor een mens. 

Het lusteloze zou er wel eens gewoon bij kunnen horen, bij het thuis zitten en het langzaam gaan missen van het uren volpraten

(Ik denk nu aan mijn zoon toen hij klein was en in zijn ‘ik wil’-periode goed van leer kon trekken; als hij met zijn grootst mogelijk nadruk “Ja maar ik wil dat!!” riep, dan was ik zo'n moeder die zei dat dat helemaal goed was, dat hij vast gelijk had om dat te willen, dat ik het ook heel goed begreep, maar dat het toch niet gebeuren ging... Ik ben op mijn manier natuurlijk ook een lastige moeder geweest.).

Het lusteloze zou er wel eens gewoon bij kunnen horen, bij het thuis zitten en het langzaam gaan missen van het uren volpraten (zoals vooral wij vrouwen dat kunnen), van het afluisteren van verhalen in de trein of op een terras, van het samen de adem inhouden bij een aangrijpende scene in een film, van het collectief geroerd zijn om de verbeelding van al ons onnavolgbare onvermogen in de schoonste vormen gegoten, zoals knappe kunstenaars dat kunnen. Ik zag de Dodenherdenking op de televisie, de prachtige lege Nieuwe Kerk, de indrukwekkend lege Dam, daarna de geweldig belichte lege Schouwburgzaal als decor, allemaal een wonderlijke versterking van de woorden die werden gesproken, de muziek die klonk, het kon niet beter, het was beter dan ooit... En toch kwam daarna die gedachte aan hoe het was geweest als we dit massaal hadden kunnen beleven. Wat een paradox is natuurlijk. 

Ik miste onze eigen Dodenherdenking, die we sinds een paar jaar organiseren [in onze 'de wilde weg']. Deze keer hadden we geen literaire herdenking met teksten uit de oorlog georganiseerd, door dorpsbewoners voorgelezen, maar een voordracht over een dorpsgenote - de vrouw van een gewezen en geliefde huisarts hier - die als jong meisje al in het verzet zat en daardoor in de kampen van Vught en Ravensbrück gezeten heeft, verteld door haar dochter. We zouden ook een docu tonen over vrouwen in Ravensbrück met onder andere ook deze vrouw daarin. Ik mis ook wel de andere activiteiten en avonden die we hadden voorbereid, waar we mensen samen zouden brengent rond verhalen die er voor ons toe doen. 

Het is zo gek om hier in Nederland te zijn en niets te kunnen doen en meemaken van wat ons een reden geeft om hier te zijn: mensen verbinden in ons huistheater. In de zomers zitten we al jaar in jaar uit in een soort quarantaine in de bergen, in de winters leven we onder, voor, met de mensen. Ons lichaam vraagt ons nu de hele tijd wat we hier doen en waarom we niet dáár zijn. 

Ik kan een maand alleen in de bergen in ons sprookjeshuisje zitten, zonder iemand te zien, behalve af en toe een kassajuffrouw in het dorp

Goed, ik heb nu dus een reden om hier te zijn, zittend met een voet omhoog... Op de berg is zo'n enkel een permanente spelbreker, ik weet het, ik heb dat al eens gehad, een zomer lang gekluns met lopen op hellingen en rotsen, met mijn andere enkel en die kwam nooit meer helemaal in orde. 

Mis ik de verbondenheid? Mis ik het uitwisselen van ervaringen? Zijn vormen en emoties sterker als we die samen met veel mensen ontvangen en in- en uitademen? Ik merk op dat áls ik iemand zie met wie ik wat kan praten - die niet mijn vriend is en met mij hier woont - dan word ik wel érg enthousiast en kan er amper genoeg van krijgen. Ik kon toch goed tegen alleen zijn? Ik kan een maand alleen in de bergen in ons sprookjeshuisje zitten, zonder iemand te zien, behalve af en toe een kassajuffrouw in het dorp. Ik heb genoeg aan mezelf. Sterker nog, ik voel me dan eigenlijk niet alleen. Ik mis niets. Ik voel me dan rijk en helder en ook beschermd en deel van de natuur om me heen. Een en al leven. In de wereld achter het raam zitten blijkt op den duur een stuk lastiger en leger. Zoiets boeit me, we zijn dus nooit los van onze omgeving. En het boeit me ook, omdat ik stilte en zwijgen eigenlijk een heel goed antwoord vind op al die grote en ingewikkelde kwesties van vandaag, maar ik kom mezelf dus tegen in de behoefte om veel tekst te hebben zo gauw ik de kans krijg.

Ik heb wel een ‘project’ gedaan de afgelopen weken, precies zo'n project dat een mens dan toch ineens gaat doen als de tijd openvalt: ik las honderden pagina's correspondentie met een heel dierbare vriendin, met wie ik jarenlang zo'n beetje alles in mijn leven deelde en dat uitliep op het besef dat we afstand moesten nemen, grondige afstand voor onbepaalde tijd. Dat is nu ongeveer een jaar geleden en er waren nog draadjes die loshingen in mijn hart en geest. Ik heb dágen achtereen uren zitten lezen en recapituleren van wat we samen hebben geleefd. Prachtige brieven, vreselijke brieven, onnozele én kraakheldere diepgaande brieven. Een intensief avontuur was het. Ik voel me schoner. Zo is coronatijd een cadeau. En misschien niet gek dat ik nu even 'geen zin' heb. 

De molen zal zich wel redden, zeggen we tegen onszelf. Er is altijd wel iets aan de hand als we na een fikse tijd terugkeren, iets kapot of verrot, weggespoeld, omgewaaid. En dan gaan we aan het werk. Zo is het leven daar, het gaat nooit primair om het resultaat want alles is kwetsbaar en met wat er ook is of komt, er is altijd een manier van leven ermee, we leren er altijd van. Daarom houden we zo van die plek. Hij is eigenlijk onbeheersbaar, altijd weer een verrassing. Je zou haast zeggen dat het leven hier begint te lijken op dáár, maar dat is jammer genoeg niet waar. Een beetje misschien, er valt hier minder vooruit te zien en te plannen dan hiervoor, in zoverre vraagt het iets van eenzelfde overgave, improvisatievermogen, geduld, maar verder blijft de vergelijking mank gaan. 

Ik herlees je brief en lees mijn vorige brief aan jou terug. Ik vind mezelf toch wel pessimistisch eigenlijk

Het leven in twee landen op zo verschillende plekken - natuur/cultuur, stilte/lawaai, tijdloos/tijdgebonden enzovoorts - is fantastisch. Voor we in dit dorp belandden, woonde ik halftime in hartje Amsterdam, en mijn vriend woonde overwegend in de molen in Frankrijk, het jaar rond. Die combinatie is extreem en fantastisch. Alleen de overgangen zijn enorm en best zwaar. Altijd weer. Nederland blijft mijn moederland en ik waardeer misschien nog meer dan ervoor de brutaliteit, de directheid, de openheid. Frankrijk heeft véél ruimte, is heel discreet, erg (te!) conservatief (ook wat links heet), maar poëtisch. Leven in twee landen relativeert en verrijkt enorm. Ik ben heel blij met dit ‘dubbel-leven’. Onze zoon heeft één jaar met ons daar gewoond, toen hij elf jaar was, en bezocht het laatste jaar van de basisschool in zo'n kleine hameau, een schooltje voor de kinderen in de vallei. Hij was er heel gelukkig en leerde er vloeiend Frans. Hij vertelde ons afgelopen zomer, toen hij er weer eens een week was, wat dat jaar hem gebracht heeft en hoe dankbaar hij daarvoor is. Oók voor kinderen is zo'n sprong uit een vertrouwd leven (het was nieuw en leuk, maar ook koud en hard) een waardevolle ervaring. 

Ik herlees je brief en lees mijn vorige brief aan jou terug. Ik vind mezelf toch wel pessimistisch eigenlijk. Intussen is mijn aandacht weer verschoven en zie ik juist ook hoeveel initiatieven er zijn die de kans proberen te grijpen om de hele donderse gewoonte-boel een wending te geven. Er is zoveel energie in mensen, zoveel kennis en overtuiging en wilskracht. Ik wil dat zien, ik zoek het op. Ik kijk bijvoorbeeld naar Tegenlicht of Human, er is veel kracht om door te breken. Ik lees nu een roman, een debuut, van een heel jonge schrijfster, Marieke Lucas Rijneveld, ze was 27 toen haar boek uitkwam. En ik weet weer dat er ongelofelijk veel bijzonder intelligente en gevoelige jonge mensen zijn.

Ik ben veel vaker verwonderd over jonge slimme, gevoelige mensen die zich ook hevig engageren met wat er in de wereld gebeurt, hún wereld

In de jaren tachtig of zoiets begon er een begrip te ontstaan dat 'nieuwetijdskinderen' heette. Het begon te verschijnen als een golf van nieuw bewustzijn in mensen, die op heel jonge leeftijd zich al wezenlijk onderscheidden van de wereld waarin mijn generatie opgroeide en zich ontwikkelde. Inclusief de drang om iets in de wereld te brengen dat helpt, dat optilt, dat verruimt. En dat groeit alleen maar, er is zo'n potentieel aan inzicht. Dat meisje Rijneveld is uitzonderlijk talentvol, maar er zijn er velen met haar. Ik ben veel vaker verwonderd over jonge slimme, gevoelige mensen die zich ook hevig engageren met wat er in de wereld gebeurt, hún wereld. Van wie je hoopt dat ze verantwoordelijkheid zullen nemen en krijgen. Nee, niet in de politiek, lijkt me, de politiek is jammer genoeg op sterven na dood, denk ik vaak. Terwijl er zulke grote taken liggen. Wijsheid is allang uit het bestuur verdwenen, oude wijsheid en zelfs jonge wijsheid. Brutaliteit, glashelderheid, durf, geloof. In de marge exploreren de stoutmoedigen de velden buiten de lijntjes, ín het centrum van zeggenschap en aandacht groeit het populisme.

Natuurlijk moet een land, de wereld, bestuurd worden, er worden alsmaar keuzes gemaakt en er moeten nog heel veel meer ingrijpende keuzes gemaakt gaan worden. En ik denk dat het waar is wat gezegd wordt: dat moet nu en dat moet samen en dat moet wijs en moedig gebeuren. Laat corona een handreiking zijn in plaats van nóg een obstakel. Maar hoe? Ik ben niet de enige die zich dat afvraagt. “Wat kunnen we doen, waar kan ik terecht?”, riep een vriendin van mij redelijk wanhopig, bij het besef van zoveel ineenstorting, zoveel hegemonie voor corona, dat allerlei hoogst belangrijke dingen verdwijnen of wegkwijnen onder te weinig aandacht. En ik zei zoiets als: “Niets meer of minder dan wat we al deden, maar vooral wat we al waren en zijn. Een beetje roepen in de woestijn en de energie versterken van hen die op de plaats zitten en de verantwoordelijkheid hebben om te handelen.” Op steeds meer dagen is dat genoeg voor mij, op andere nog altijd niet en voel ik me nutteloos, lui of te laat. Toch weet ik dat Zijn veel essentiëler is dan Doen.

Er wordt gezegd dat huilen niet helpt, maar ik ben er toch voor. Niet-huilen is nog erger

Oh, het is natuurlijk waar dat alle sectoren nu om het hardst roepen om hulp in deze barre tijden. Heel begrijpelijk. Niemand zou graag vergeten worden bij het verdelen van de poet. Het heeft iets treurigs, maar het systeem is zo dat er weinig anders op zit. Het verdient alle waardering dat jullie als pers niet om eenzelfde steun vragen. Al moet ik zeggen dat me juist de pers een van de sectoren lijkt die niet hoeft in te boeten bij de huidige ontwikkelingen. Als er stront aan een knikker is, is het dan niet juist hoogtij voor nieuwsmakers? Of zeggen mensen hun krant op omdat hun beurs leegloopt of gaat lopen? Natuurlijk moet de pers onafhankelijk blijven, we weten wat ervan komt als we dat verliezen. 

Intussen heeft Noord-Brabant de afgelopen week cultuur voor het gemak maar helemaal afgeschaft of teruggedrongen in een hoekje waar ze 'vrije tijd' boven gespijkerd hebben. Ik kom uit Brabant, ik leidde er ook jarenlang een theatergezelschap. Er wordt gezegd dat huilen niet helpt, maar ik ben er toch voor. Niet-huilen is nog erger. 

Eigenlijk zat ik in een ander project. Oef, ik zeg: zat. Ik wil dat ik zeg: zit! Ik heb een jaar of wat bij tijd en wijle, op en af, geschreven een vriendin/theatermaakster rond het thema 'vrouwen en seksualiteit'. Met een wilde, vrije pen. En met groot plezier, zonder veel ambitie, onderzoekend, elkaar en onszelf bevragend. Tot het zich begon op te dringen er meer mee te doen dan de schriftjes op een plank leggen en bewaren. Tot we de tekstfragmenten gingen uitwerken en min of meer bespreken. En verder denken over welke mogelijkheden erin verscholen zaten om er een keer mee naar buiten te komen. Kortom, het was toch wel een project geworden, dat aandacht vroeg en werk en toekomst. Ik had me voorgenomen - en dat voornemen ligt er nog - om minstens drie zomermaanden bij de molen in Frankrijk te gaan schrijven, naast het onderhoudswerk dat ik ook doe waar het om de eenvoudige dingen gaat, dat wil zeggen fysiek niet te zwaar, want dat kan ik niet meer. Ook geen workshops organiseren en uitvoeren dit jaar. Zo stelde ik me voor (vooruitziende blik?). 

Waarom over zoiets als 'seksualiteit en vrouwen' gaan schrijven nu er zulke heftige en grote vragen zijn, nu alles zo precair en complex is geworden?

En nu? Heb ik niet nu al tijd zat? Langzaam ontdek ik dat ik niet zomaar dezelfde aandrang heb, noodzaak voel, mogelijkheden zie voor dit verhaal - het leek theatertekst te willen worden - als ik had. En die energie is de drijfveer, de bron om het te doen. Het is moeilijk, ik moet bekennen dat ik niet weet wat ervan gaat komen. De gedachte dat er niets van zou komen, vind ik ook weer vrij onverdraaglijk. Maar de impulsen, de ideeën, zijn nu minimaal, zwak, als een waterig goedje dat niet aan de kook komt. Waarom over zoiets als 'seksualiteit en vrouwen' gaan schrijven, nu er zulke heftige en grote vragen zijn, nu alles zo precair en complex is geworden, nu er zoveel handen nodig zijn om te bouwen, om op te vangen, zoveel kwesties om samen over na te denken?

We gaan verbouwen in ons huis, wij ook dus. We wonen hier nu drieënhalf jaar, in een echt Hollands dorp met vaarten en bruggetjes in het Groene Hart van het land, dat ooit bestond uit twee kleine huisjes, en nu dus gerust groot mag heten. Rijksmonument, de buitenklant tenminste. Binnen alles pakweg 25 jaar oud. Er is veel aan vervanging/vernieuwing toe. Vanaf het begin was wel duidelijk dat de bovenverdieping grondige aanpak vroeg. Nu hebben we eindelijk breek- en bouwplannen gemaakt, met een bevriend architect/bouwer, dus daar gaan we: we hopen in juni te slopen, voor we hopelijk naar het zuiden mogen. Slopen is ook een vorm van gewoontes breken. Ik zie ernaar uit. Ja, investeren en dan vooral ook daarvan genieten. 

Wat mis jij het meest nu corona in ons huis en in onze buurt is komen wonen? Heeft het jou iets laten zien dat je eerder niet zag? Heeft het jou en je gezin iets nieuws, iets goeds gegeven? Of ben je bang, bang dat er iets misgaat?

Ik dacht nog dat ik je echt niet iedere keer zo'n lange brief hoefde te schrijven, maar blijkbaar wil het niet anders. Ik wens je opnieuw sterkte met alles wat er van je gevraagd wordt en dat de versoepeling van de maatregelen voor iedereen, ook voor jou, wat soepels mag meebrengen.

Met een hartelijke groet, 

Pauline

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram