Heb ik mijn vorige mail tenslotte echt zes keer aan je verstuurd?! Sorry voor die overval op je mailbox, die natuurlijk niet de bedoeling was. Mijn bericht aan jou bleef hangen als een concept, dus ik zocht een weg om je te bereiken. Ik was in het volkstuintje van onze dochter - wij hebben zelf geen tuin - zonder wifi en iets werkte niet zoals zou moeten.
Precies, we wilden even het huis uit, bewegen. Als het lichaam stil blijft zitten, wordt het niet alleen stijf, ook de geest gaat op den duur stilzitten. Misschien valt daar wel even tegenin te gaan, maar ik ervaar wel degelijk dat als ik fysiek ga bewegen mijn geest ook een andere horizon krijgt. Iedere schrijver weet wat een wandeling doet. Als dat voor iedereen geldt, dan gaat dat nog wat worden met het thuisblijfbestaan. We zullen in plaats van visionair gaan denken over onze toekomst eerder vernauwd worden en dat is precies niet waar de wereld nu om schreeuwt.
Dank voor je brief! Direct na het lezen voelde ik vooral zo'n overdaad aan aandacht die van je gevraagd wordt en zoveel druk, dat ik je bijna zou willen zeggen dat er vast nog wel iemand anders is voor mij om mee te schrijven. Ik wilde meteen niets liever dan je ontlasten. Maar daar is ons schrijven niet om begonnen. Je hebt er zelf ja tegen gezegd, dus ik moet me gewoon inhouden. Weet in ieder geval dat ik het enorm waardeer dat je tijd en moeite neemt om aan dit project mee te doen en dat ik ga proberen je brieven te beantwoorden zo goed ik kan.
Mijn zwager heeft corona. Hij is doodop en zo vermagerd dat zijn vijfjarig buurjongetje hem vroeg of hij een broer van zijn buurman was
In tweede instantie besefte ik dus nog sterker dan ik al deed, dat de nieuwe toestand waarin we leven misschien even wat routines en rituelen voor ons op losse schroeven zette, maar dat het vooral onmiddellijk een overgroot deel van de mensen in een turbo-stand heeft gedwongen. Vanzelfsprekend moeten werk en de zorg voor kinderen zoveel en zo goed mogelijk doorgaan. Je kunt niet gaan zitten kijken en wachten tot je een beetje gewend bent aan een nieuw ritme, een thuisschool, een ‘internetbaan’, stress in de supermarkt etc... Stilstaan? Zij die gedwongen wachten omdat hun werk plots is stilgelegd, breken zich het hoofd over wat de toekomst gaat brengen en dat wordt iedere dag dat het stil blijft alleen maar erger. Stil blijven en broeden op nieuwe zichten en nieuwe wegen voor het werk dat je deed en wil doen, wie kan zich dat permitteren?
Langzaam gaat de crisistoestand minder en minder over de ziekte en over patiënten en meer en meer over de onoverzienbare gevolgen. Mijn zwager heeft corona. Hij heeft nu al meer dan vijftig dagen corona (Brabant!), hij is intens van de wereld geweest, heeft voor zijn leven gevochten, is doodop en zo vermagerd dat zijn vijfjarig buurjongetje hem vroeg of hij ‘een broer’ van zijn buurman was. Kortom, hij is een schim van zichzelf geworden. Hij is voor mij het nog levend gezicht geworden van het virus. Ik heb hem tot nu toe niet kunnen opzoeken. Dat blijft echt gek. Fijn dat er appjes bestaan, zou je denken, maar ik heb geen woorden of emoticons meer waar nog iets voor mij in zit voor dat spreekwoordelijke hart onder die riem… Behalve dat hij laat weten dat er voor hem wel zoiets in zit.
Ik ben bang dat de crisis waarin we nu belanden een heel behoudende weerslag gaat hebben op de wereld zoals we die met elkaar maken. Ik droom van niet maar ik denk het wel. De reflex is er eerder eentje van vasthouden, terugvinden, verankeren, voorkomen voor de toekomst. Redden. Gaten dichten. Omdat we nog minder tijd hebben om echt anders te gaan kijken en denken, denken we nog in dezelfde termen, op dezelfde manier, sterker nog: we denken nog veel harder hetzelfde. Dat lijkt mij zo.
Mensen zijn heel trage wezens. Koppig ook en voor van alles bang. Veranderen is zo verschrikkelijk veel gevraagd
Nee, ik koester niet de illusie dat het coronamonster ons zo de ogen kan openen dat we dingen echt anders gaan willen en gaan doen. Die vroege gedachte dat corona een kans bood om 'een nieuwe wereld te gaan bouwen', hoe is het daarmee? Waar dit hele brievenproject ook uit is ontstaan: naar welke toekomst kijken we uit? We zullen van alles verliezen, maar wat gaan we eruit winnen? Wilde gedachtes beginnen zich met de dagen te nuanceren. Veranderen is een noodzakelijke droom, maar een droom. Mensen zijn heel trage wezens. Koppig ook en voor van alles bang. Veranderen is zo verschrikkelijk veel gevraagd.
Zo vrees ik, heel kort door de bocht, dat rijk gewoon rijker blijft worden en arm armer, om maar een kern te noemen... Ik zie nog niets verschuiven om dat open te kunnen breken, de vragen en inspanningen lijken er boven alles op gericht de boel in het gareel te houden. Al kost het honderd miljard... Ik vind dat ook ontgoochelend.
Voor de kunsten bijvoorbeeld is iedere euro altijd al teveel geweest en terwijl de hele sector onderuit glijdt, worden ze ook nu 'afgescheept' met een steun van bijna niks. Op veel andere terreinen kan nu ongehoord en ongezien veel, want dat moet. Nu is het ook wel weer logisch natuurlijk, want kunst is verbeelding, is verandering. En dat is voor de status quo hetzelfde als gevaarlijk. Het blijft me raken. Bij zo’n behandeling van de kunst blijf ik me voelen als een enthousiast, nieuwsgierig en leergierig kind dat door haar ouders miskend en in de steek gelaten wordt.
Voor mij ontstaat groeien eigenlijk door 'afnemen', 'vertragen', 'afleren'. Nee, daar kom je in deze economie nergens mee
Een paar woorden in jouw brief vallen me op: 'toenemen' (vooruitgang als toename van...) en 'versnellen' (van online verkopen). Ik herken ze iedere dag in de wereld om me heen. Daar zijn dat natuurlijk vanzelfsprekende woorden. Alles moet groeien, anders overleeft het niet. Groeien betekent 'toenemen' en 'versnellen'. Maar voor mij ontstaat groeien eigenlijk door 'afnemen', 'vertragen', 'afleren'. Nee, daar kom je in deze economie nergens mee. Ik ben economisch op en top leek. Ik let wel een beetje op en gebruik mijn hersens en mijn hart - ik heb een heel klein hart, zei de chirurg na mijn operatie, zo klein had ie van een volwassen persoon nog niet gezien, ofwel: ik ben een kind gebleven, zeg ik mezelf graag - maar het huidig systeem lijkt me alleszins krakend aan zijn eind aan het komen. Een systeem dat door mensen is gebouwd en waar ze dag in dag uit leven in blijven blazen, maar waar niemand meer controle over heeft noch middelen om dat wankel en vernietigend geheel te sturen. Een systeem waarin we onszelf meer en meer verliezen.
De enige echte weg eruit, zie ik eigenlijk alleen voor wie zich genoeg verloren heeft en bij de pakken neer durft zitten. Maar hoe gaan we collectief bereid zijn bij de pakken neer te zitten en de offers te brengen die het vraagt om zich een nieuwe wereld te laten vormen via onze wil, onze verbeelding en onze handen? Dat gaan we collectief niet voor elkaar boksen. Ik zie het enkel stap voor stap, en mens voor mens.
Hmm, dit zijn een paar serieuze zinnen. Ze klinken een beetje als een geloofsbelijdenis. Ze ontvallen me als ik me laat gaan. Ik besef dat ik veel 'nadenk' deze weken (dat geen echt nadenken is, maar ik heb er geen juist woord voor...). Ook een gevolg van deze crisistoestand. Het werpt terug op de grote vragen. Lijkt me een mooi bijverschijnsel. Misschien moet ik het niet als bijverschijnsel zien, maar gaat het daarom. Als er een kans ligt in de klap, dan is het misschien deze. Noopt het ons opnieuw en preciezer uit te drukken wat we echt belangrijk vinden. Op leven en dood, want dat is waar het virus ons in zijn ultieme vorm naartoe brengt. Na het reorganiseren van het dagelijks leven, teruggeworpen worden op zoveel vragen waarop geen antwoorden zijn en van daaruit gaan graven met die vragen die zich opwerpen. Niet-weten is de grond van alle creativiteit. En graven, dat ligt mij wel, ik ben een Mol...
Ben jij optimistisch? Zo over het algemeen, als hartslag?
Misschien kun jij hier niets mee. Dat zal ik vanzelf wel ontdekken.
Klinken mijn woorden pessimistisch in jouw oren? Ik ben niet erg hoopvol over de wereld. Wel over het alledaagse, daar is optimisme mijn keuze. Het is een houding die me doet leven. Somberheid brengt niets vruchtbaars voort, voor mijn omgeving niet en niet voor mezelf.
Dus ik graaf graag maar zoek veel mijn toevlucht in dat alledaagse. Dat waarover jij schrijft als je het over die oorlogsbrieven hebt en waar de monnik over spreekt als hij het licht gevonden heeft: meer dan dat wat voor je voeten ligt is er tenslotte niet. Laten we dat zo aandachtig mogelijk en met toewijding doen, zou ik eraan toevoegen.
Ben jij optimistisch? Zo over het algemeen, als hartslag? En over je werk en de kansen om het bedrijf waarvoor je verantwoordelijk bent in leven te houden? Die duizenden werknemers grond onder hun voeten te bieden? Dat lijkt me ontzettend zwaar. Ervaar jij dat ook zo? En weegt dat nu zwaarder dan dat normaal weegt? Scherpt de crisis jou in je werk of trekt er af en toe mist op en maakt het ook onzeker? Ik hoop dat je in ieder geval optimistisch kunt zijn over (de toekomst van) je kinderen!
Door mijn leeftijd, ik ben 67 jaar, en ook wel door mijn gezondheid, begin ik me langzamerhand meer tot het/mijn verleden te verhouden dan tot een toekomst. Erg lang zal ik niet meer leven. Als er grote (klimaat)catastrofes komen is de kans groot dat ik eraan zal ontsnappen. Ik verdien geen schoonheidsprijs voor zulke gedachten. Al passen ze bij het kleiner worden van mijn wereld, bij het minder worden van mijn verantwoordelijkheden en krachten. Ik geloof, ik zie dat onze kinderen met overgave in hun leven staan, werken en mooie kinderen opvoeden en ontzettend creatief zijn en steeds weer wegen vinden om hun brood te verdienen en inspirerende, verantwoordelijke en sociale mensen zijn. Een groot goed. Natuurlijk ben ik intens geïnteresseerd in hoe hun verdere leven eruit zal zien, maar het is hun leven en ze krijgen dat in de vorm die is zoals die is. Ik kan van alles voor ze wensen en hopen (ik doe daar eigenlijk niet veel aan...), het zijn slechts mijn wensen en hopen. Een lijntje van liefde ligt daarin en dat is belangrijk, maar ik ben me bewust van het bescheiden belang.
Een broer van me schreef afgelopen week: ‘Onze kinderen krijgen een hoop op hun bord’, maar iedere generatie heeft zo zijn eigen problemen, ze zullen er vast hun eigen weg mee vinden. Daar moeten we op vertrouwen. Ik deel dat vertrouwen.
Wat eigenlijk de meest intrigerende zin uit je brief is voor mij: 'Ik probeer zo weinig mogelijk nieuws te kijken.' En dan is dat niet eens een nieuwe houding van je, maar je hebt je die al eerder aangewend. Juist als (gewezen) journalist vind ik dit bijzonder, maar dat is het misschien helemaal niet. Het kan zijn dat je de achterkant van de nieuwsmachine zo goed kent, dat je alle reden hebt om die afstand te nemen. Ik ben jaloers. Ik ben nooit een nieuwsvreter geweest, maar ik vind het nu moeilijker dan ooit om me in te houden. Terwijl ik tegelijkertijd verzucht dat het teveel is. Dat er nog maar één onderwerp is, het is gekmakend. Maar nu ook ik heel voorzichtig andere mensen - ja, in de anderhalve meter-stand, zo goed en zo kwaad - toelaat of opzoek omdat het zo lang duurt (wie ontkomt aan dat natuurlijke keerpunt van honger naar vers en dierbaar gezelschap?), merk ik dat ook daar het overgrote deel van het gesprek natuurlijk over de Toestand gaat. Ik realiseer me heel sterk dat we veel uitwisselen van wat we horen, wat we lezen, wat er gezegd wordt. Voor we het weten ontstaat er een soort nieuw gedeeld weten, dat helemaal geen weten is. De schijn van kennis, schijn van houvast. Media stoppen ons vol. Hoe heb jij je daarvan losgemaakt? Wat deed je daarvoor kiezen? En hoe houd je dat in deze tijd vol?
Toen ik al wat groter dan een kind was dacht ik heel vaak: een leven is veel te groot. Ik ga dat nooit, nooit helemaal kunnen leven, daarvoor ben ik veel te klein
Mijn vriend en ik hebben een watermolen in Frankrijk. Daar brengen we zeker zo'n vier maanden per jaar door. We hebben nu gepland zo rond 20 mei te vertrekken. Ik heb er een tijd niet aan willen denken dat dat niet door zou kunnen gaan. Maar ik kan er natuurlijk niet meer omheen dat de kans heel groot is. De molen is een belangrijke en heel dierbare plek voor ons. We hebben die tijd van leven daar, in de natuur en ver van de (mensen)wereld nodig. Wat betekent 'nodig' in deze tijd?
Ik schrijf je en in mijn hoofd lijkt alles wat ik daarin aanraak op de zandkorrel uit jouw droom. Hij wil uitdijen en uitdijen, want er is zoveel meer over alles te zien en te zeggen. Wat een prachtig beeld van die zandkorrel. We zijn natuurlijk zelf ook een zandkorrel, we zijn het zelf die uitdijen en uitdijen. Gelukkig maar, zo kunnen we niet verdrongen worden.
Misschien verschillen onze kinderdromen eigenlijk niet. Misschien geldt dat voor alle kinderdromen. Toen ik al wat groter dan een kind was dacht ik heel vaak: een leven is veel te groot, ik ga dat nooit, nooit helemaal kunnen leven, daarvoor ben ik veel te klein.
Ik wens je goede dagen en veel diepe, droomloze nachten van slaap.
Pauline