het is ook wel al 21:47 uur, en de zon is al even onder
De temperatuur is niks bijzonders vandaag. Na al die hittedagen die als een brij in elkaar overvloeiden, is er nu de verkoeling van onweersbuien. Toen ik mijn dochter vandaag van school ophaalde, speelde ze nog even op het schoolplein. Ik zat daar nog met wat ouders te kletsen. Iemand zei steeds: “Nee, we gaan niet naar het park, want het gaat straks onweren.” We zagen in de verte donkere wolken aankomen en bleven waar we waren, want kletsen en spelen leek toch belangrijker. Op een gegeven moment werd het donkerder en begon het onstuimig te waaien, op zo’n ongecontroleerde, rukkerige manier die chaos in zich herbergt en waar weinig tegen bestand is. In de wind huist soms de woede van de wereld, de onstuimigheid van gebrek aan controle. Chaos. De wereld op straat wordt dan ineens wat stiller en de lucht luider. De lucht, of liever die natuurkrachten die groter zijn dan de mens. Het lijkt dan ook ineens alsof de lucht opengaat en het heelal naar binnen stroomt. Mijn dochter en ik liepen nietig over de stoep, geruk aan onze kleren, wat druppels maakte donkere vlekken op mijn wijde bloes en roze broek. Deur open, snel naar binnen, deur dicht. Stilte. Binnen, en vanuit die veilige plek kijken naar de chaos buiten. Ik zette thee en vroeg me af of de herfst dan al gekomen was.
Je moeder en jij. Ik ga daar zo op door. Straks.
Die date met F. Het was verpletterend. Overweldigend. Overdonderend. Het was van een andere orde. En ik heb geen idee wat hieruit voort zal komen op een langere termijn, anders dan het moment waar we nu in zitten, maar de ervaring was een trip. Ik was oké, niet extreem zenuwachtig, maar wel heel erg veel zin om hem te zien. We spraken af in de stad. Hij wilde dat, en ik dacht: oké. Ik wilde liever daarheen, naar die plaats in het Groene Hart, maar sprak dat ook niet uit. Prima. Hij zei nog: “We kijken wel, we spreken niks af, we zien tegen die tijd wel wat we dan gaan doen.” Ik vond dat fijn, want dat is wat het moest zijn. En ik was bezig met dat hij kwam, natuurlijk, maar ik ben ook zo’n muts dat ik me voorbereid op zijn komst zonder na te denken over waar we heen gaan, of boodschappen in huis te halen, zodat we hier ook wat zouden kunnen eten. Ik weet niet wat ik dacht, maar vooral dat laatste was een dom ding. Ik had toch kunnen weten dat we hier zouden ontbijten? En lekkere dingen in huis halen? Er was wel wat in huis, daar niet van, maar ik had liever iets van lekkere hapjes of een romantisch ontbijt in huis gehad.
In een café afspreken leek me helemaal niks
Dat we niets gepland hadden was beter. Veel beter dan wel plannen en reserveren, want het liep, zoals ik ergens al had verwacht, toch anders dan we hadden kunnen plannen. Hij zou er tussen drie en vier zijn, ofzo. Hij belde me nog op. In de auto. Hoe dan, waar dan en wat dan? We moesten heel hard lachen. We lachen veel. Gelukkig. Ik was zenuwachtig. Op het allerlaatste moment stuurde ik hem de locatie waar we elkaar zouden ontmoeten. In het park. Ik stuurde de locatie aan hem die ik hem eerder die week ook al had gestuurd, voor de grap, om iets wat we appten. Het leek me leuk dat te doen, en handig, want het was een ligbankje. In een café afspreken leek me helemaal niks. Zo ongemakkelijk. Beter ook, dat dat niet gebeurde… Ik zat daar en was tantoe zenuwachtig. Ik wist ook niet wat ik aan moest trekken. Ik leek wel een wijf. Ik ben nog winkels ingegaan om te kijken of ik kleren kon vinden, maar ik houd niet van winkelen en voel dan druk, het was helemaal niet fijn. Ik ben blij dat ik niks gekocht heb. Uiteindelijk had ik een zwart broekpak aan en zat ik op een bankje. Oh, die zenuwen. Het was opwinding, het was verwachting en voorbereiding op teleurstelling. Het was hoop en vrees. Het was een kind dat eindelijk op schoolreisje mocht. Opgebouwde spanning en vreugde.
Hij kwam. Ik zag hem met zijn fiets. Lopen. Lachen. Die lach was spectaculair. Dat hoofd bewoog en stond niet stil als op een foto. Hij kwam naar me toe. Donkerblauw overhemd, linnen, donkere spijkerbroek, mooie schoenen, een bruine leren tas over zijn schouders. Donkere bril en haar. En die blik. Op mij gericht, zenuwachtig en hoopvol, blij, liefdevol. Ik dacht: wat ben jij leuk… Wat ben jij ontzettend leuk… Ik was daar erg opgelucht over. Want wat als je dat niet voelt en denkt: oh shit…nee… Maar nee, het was heerlijk hem te zien. Hij gaf me meteen een kus op mijn mond.
In de dating-wereld is het op dit moment echt een non-issue, corona
Dat covid-verhaal Harro, come on zeg!!! Wat denk je nou?! Dat wij na dat eindeloze ge-app dan ineens kuis gaan lopen doen vanwege dat kutvirus? Elkaar niet aanraken en anderhalve meter afstand houden? Ben je gek geworden?!? Dat kan toch niet? Ik verwachtte dat we beiden aan zouden geven als er verkoudheden in het spel zouden zijn, en dan nog. In de dating-wereld is het op dit moment echt een non-issue, corona. Is mijn indruk. Als je een date hebt, raak je elkaar aan. Basta. Corona is een. De liefde is twee. Zeker in het geval van F. Absoluut niet iets waar ik rekening mee wil houden.
Ogen vol seks bovendien
Hij kuste me kort op mijn mond. We keken elkaar aan. Ik omhelsde hem. Wilde hem ruiken. Voelen. Vastpakken. Hij rook goed. Ik rook hem meteen: geen geurtjes. Fijn. Die omhelzing was fijn. Warm. Zacht. Verlangend. We gingen zitten. Lage bankjes bij het gras. Ik zag zijn armen. Hij de mijne. Later zei hij: “Je deed zo opvallend met je armen.” Een soort van onhandig klemmen om mijn lichaam en in de verte uitstrekkend, voor mijn gezicht en naar hem toe. Ik pakte hem vast af en toe. Praten was echt een totaal mislukte onderneming. Weinig van wat we wilden zeggen sloeg ergens op, het waren klanken, meer niet. Ik keek hem aan en vond hem leuk en aantrekkelijk. Die blik was er een vol verbinding en intensiteit. Ogen vol seks bovendien. Er was chemie op een dierlijk soort niveau. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt met een date. Wat kreten, wat aanraken, ruiken en kijken. Apen. We waren apen. Na vijf minuten onhandig aapachtig doen, misschien waren het minder minuten zelfs, drie, kan ook makkelijk. Na drie minuten dacht ik: nou is het wel welletjes dit, we moeten gewoon zoenen, er is genoeg gezegd. Ik bewoog maar naar hem toe en zoende hem. Toen barstte het los, op dat bankje. Apen. Ik kan er niets anders van maken. Dieren. Tien minuten na onze eerste ontmoeting waren we bij mij thuis. Elf minuten later waren mijn kleren uit. Uren later kwamen we mijn bed weer uit.
Ik ben open in mijn schrijven naar jou. Maar ik heb geen zin mijn woorden te kuisen, ik weet niet waarom ik het zou doen. Ik schrijf daarom maar gewoon hoe het was.
De zaterdag lagen we dus in een bed, daar dronken we bier. Daarna dronken we een fles wijn leeg aan de keukentafel en vertelde hij allerlei verhalen waar ik steeds met open ogen en oren naar zat te luisteren. Hij vertelde over zijn leven. Ik vraag ook altijd heel direct door over dingen. Ik weet soms niet of ik het wel wil weten, maar mijn nieuwsgierigheid kent geen grenzen en ik stel blijkbaar op zo’n manier vragen dat mensen antwoorden. Het was een mooi gesprek, maar ook heel veel informatie om me toe te verhouden. Ik vertelde ook dingen, teveel misschien. Was dat nou wel verstandig?
Hij wilde gepocheerde eieren
Toen gingen we naar een eetcafé. Dat was heel gezellig en we dronken en aten nog meer en we werden wel tamelijk dronken. Thuisgekomen waren we te lam om gesprekken nog af te maken, of wat dan ook nog te doen en dus vielen we in slaap. Althans, ik viel ik slaap, ik geloof dat hij de nacht wakker lag. Ik werd om half negen wakker. Weer hevige gesprekken. En dingen in dat bed. Ontbijten. Hij wilde gepocheerde eieren. Lekker ingewikkeld. Ik ging het proberen, vier keer, omdat het me leuk leek het weer eens te doen. Ik maak het wel eens, maar ben er geen ster in. Het lukte maar matig. Tegen half een vertrok hij weer. Hij liet me beduusd achter en hij verdween zelf de warme stad in richting zijn bus die hij ergens bij de Sloterplas had geparkeerd.
Toen hij de deur dichttrok, overviel mij het gevoel dat ik even niet wist wat dit allemaal was. Wat er gebeurd was en nog steeds met mij gebeurde. Soms is iets te veel. Te overweldigend. Het was de intensiteit, de opgebouwde spanning en alles wat er loskwam tussen ons. Het was fantastisch. Het was overdonderend. Het was een trip.
20 augustus 2020, 26 graden, 22:01 uur
Het is zwoel warm buiten. Ik zit aan de houten biertafel in onze tuin. Ik luister naar een afspeellijst op Spotify met Arabische jazz, dat vind ik echt fijne muziek.
Ik maak me zorgen over mijn werk, Harro. Dat corona-gedoe. Ik wil nog even weten hoe het nou met jou zit. Ik zit je brief na te lezen en je meldt daar eigenlijk bijna niks over. Ja, je communal workspace en dat was het dan. En dat je wil dat mensen zien dat je ergens heel goed in kan zijn. Dat vind ik dan weer niet passen bij het beeld dat jij blijkbaar hebt van jezelf. Want je zegt dat je heel zelfverzekerd bent. Ik vind dat sowieso twijfelachtig. Hoezo ben jij zo zelfverzekerd, en wat betekent dat? Je kan beter nemen dan Antoin. Je vindt jezelf een toffe peer? Je gaat op een podium staan. Maar je had ook een goede baan, waarvan mensen dachten dat die alleen maar door je moeder had gekregen. En je moeder is je grootste issue. Zeg je. Ik insinueer niets, maar gooi wat vragen op om eens even een cocktail te maken van jouw verhaal en de dingen die ik me dan afvraag.
Heb jij je vroeger gezien gevoeld? Door je moeder? Door je vader? Door de mensen om je heen?
Je vraagt je af waarom ik gezien wil worden door een man. En waarom ik niet kies voor de mannen die ik wil zien. Nou. Ik geloof dat ik alleen maar kijk naar de mannen die ik wil zien. De mannen die mij intrigeren. De mannen die mij beroeren. Maar ik realiseer me dat ik echt wel behoorlijk in iemand kruip als ik iemand wil leren kennen en iemand echt probeer te zien. Ik wil het niet terugverwachten van een ander, omdat het een wederdienst is, maar ik merk dat ik in een relatie wil kunnen zijn wie ik ben, en daarin gezien wil worden. Ik hoop een ander ook te zien, en als ik die ander ineens niet zie, en diegene dat wel wil, dat die mij daar dan om vraagt. En ik denk niet dat het zo is dat je elkaar de hele tijd hoeft te zien. Je mag ook naar andere mensen en dingen kijken, maar ik denk dat je bij uitstek in een relatie mag zoeken naar een afstemming in behoeften en verlangens. Niet dat je de ander dan verantwoordelijk maakt voor jouw geluk, maar wel deelgenoot misschien?
Je noemt jouw liefde voor je kinderen onvoorwaardelijk. Snap ik. Die met Antoinette benoem je ook als onvoorwaardelijk. Hoe zit dat dan? Is dat waar? Ik vind dat best een uitspraak. Ik merkte namelijk dat onvoorwaardelijke liefde echt niet zo evident is, zelfs niet tussen ouders en kinderen. Ik vraag me af wat jouw moeder allemaal misdaan heeft. Ik lees ook dat zij een vrouw is die kiest voor haar eigen weg en geluk. En ook dat van haar kinderen. Waarom zeg je dat ze zich gedraagt als een kutwijf? Ik snap wel dat het haar erg van haar apropos heeft gebracht. Dat het moeilijk voor haar was en ze dat alleen nog maar hoort en zich daarmee vereenzelvigt. Ik zou het afschuwelijk vinden als mijn dochter zoiets over me zou zeggen. En ik vraag me dan af: was het jouw onmacht dat je dat zei? Wilde je haar laten weten dat ze niet oké bezig was? Wilde je haar straffen? Publiekelijk?
Waarom is je moeder je grootste issue? En zou je je daar ooit van kunnen bevrijden? En jouw vader lijkt verder weg, maar is dus geen issue?
Ik denk dat ik een aantal dingen anders doe dan mijn ouders. Ten negatieve ben ik niet zo goed bezig met werk en geld dat ik een heel stabiele financiële situatie voor mijn kind creëer. Dat deden zij wel. Ik kies voor mijn geluk en eigen vervulling in mijn werk. Egocentrisch misschien? En ik ben gescheiden. Dat hebben zij niet gedaan. Wat ik anders doe, is dat ik mezelf denk ik beter ken en heb onderzocht. En in de opvoeding van mijn kind probeer ik een aantal dingen te doen. Ik wil hem leren dat hij goed is zoals hij is, en dat dat niet afhankelijk is van prestatie. Ik denk dat ik hem laat zien dat ik reflecteer op mezelf, en als ik iets niet goed doe, dat ik dat dan ook aan hem laat weten. Dat ik probeer alles in liefde te doen, maar als ik ineens niet lief doe, dat ik dat probeer uit te leggen. Dat ik geen ruzie maak waar hij bij is, en als dat wel gebeurt, dat ik het dan ter sprake breng. Ik probeer hem te zien. Te zien wat hij nodig heeft en waar hij last van heeft. Het is ook lastig, realiseer ik me, terwijl ik dat laatste opschrijf. Want hoe weet je dat?
Ik vind deze brief zwaar worden. Ik ga ermee stoppen. Met die zwaarte. Klaar mee. F. appte vanochtend dat hij verkouden was en een covid-test ging doen. Hij had een beetje snot in zijn neus. Dat is dus de tijd waar we in leven. Dat ik onmiddellijk denk: godverdomme, ben ik mogelijk een haard? Had ik toch serieus moeten nemen wat Harro schreef over afstand houden tijdens een date? Ik zag vandaag mensen en heb afstand gehouden. Meer dan ik de afgelopen tijd deed. Zondag is mijn dochter jarig. Als het goed is, weet ik tegen die tijd of F. corona heeft. Als dat zo is, moet ik ook in quarantaine. Kan het feest van mijn kind niet doorgaan. Zijn we de lul.
Ik maak me zorgen over mijn werk. Ik voel me een kwetsbaar projectiel. Hoe ga ik geld verdienen? Ik vind het te saai om allemaal op te schrijven en wil zo naar bed. Maar Harro. Hoe doe jij dat nou? Je gaat nota bene een huis kopen? Hè? Wat? Jullie wonen toch lekker in de Watergraafsmeer? Hoe zit dat nou dan? Ik zag dat Antoinette een nieuwe baan heeft, en jij hebt het toch ook lekker voor elkaar? Vertel dan eens.
En wat is jouw lievelingskleur dan? Die van mij blauw. Verschillende soorten blauw.
Ik ga even kappen en je dit sturen.
Mazzel, Harro. Schrijf me maar weer snel. Zin in je brief. Nu al.
R.