Vind je geuren ook zo belangrijk? Ik bedacht het me, toen ik vanmorgen wat was opvouwde. Het was een wasje, dat ik bij wijze van uitzondering buiten had laten drogen. De balkons hier zijn door de architect niet bedoeld om was op te drogen of spullen op te slaan, maar om leeg of stijlvol strak ingericht te zijn. Maar vanmorgen had ik alleen maar mijn Levis 501 om te drogen, een schort en een paar sokken. En het was inderdaad zo droog. Toen ik de spijkerbroek pakte , rook die zo lekker. Ik stak mijn neus erin en zoog mijn longen vol. De heerlijke geur van schone, in de wind gedroogde, was doet me denken aan vroeger, aan ruimte, aan zorgeloosheid, aan schone lakens, aan zomer en lente, en vrolijkheid, lichtheid en luchtigheid.
Geuren kunnen zo onverwachts de trilhaartjes in je neus inspringen. Eens rook ik’ krüdeldoorns van vroeger bij ons in de tuin. We mochten ze vrij eten, maar ik vond ze niet zo lekker. Kruisbessen heten ze in het Nederlands. Maar eens, ik was geloof ik in een Turkse groentewinkel, schrok ik van de emotie die bij mij losgemaakt werd, het was echt zo, dat ik een ogenblik een kind was. Het volgende moment zag ik de kruisbessen liggen.
Gisteren maakte ik een fietstocht langs het Naardermeer en terwijl ik uit Amsterdam fietste, kwam ik langs veel pas gemaaide weilanden - het is begin van de hooitijd - en in de weilanden waren verschillende boeren bezig het hooi te schudden. Ik weet dat pas gemaaid gras een populaire geur is, ook voor mij, ook een geur van vroeger. Het ruikt naar de lange weg die ik vroeger moest fietsen naar onze boerderij toe. Die geur ging dan gepaard met de vogelgeluiden van de kievit en de grutto, gelukkig werd ik ervan of eigenlijk preciezer : verwachtingsvol. Het gaf een gevoel dat er goede tijden aanbraken, mijn hart vol verwachting.
Wat zijn belangrijke geuren in perioden van je leven
Er zijn een boel geuren in mijn leven, geuren die gevoelens of herinneringen oproepen: de openbare toiletten op de Grote Markt in Groningen, kampvuren aan de Hoornse Dijk, het teren van schepen, Italiaanse koffie in een straat in Bologna, parfums fris als Eau d’Issey of zwaar als Chanel no.5, mijn eerste fles in mijn studietijd samen met een vriendin aangeschaft, ieder de helft (een kreeg het flesje , de andere de doos), gerechten met knoflook en andere kruiden op Griekse boulevards, ouderwetse uienjus bij mijn tante, de geur van klaslokalen, klam angstzweet bij spannende gebeurtenissen in het werk, de geur van sneeuw op verse pistes, van jasmijn op warme avonden. Moeiteloos kan ik het blad vullen, een soort geur autobiografie aanleggen; wat zijn belangrijke geuren in perioden van je leven.
Soms verandert mijn oordeel over een geur; vroeger hield ik van de lucht van benzine, ging graag mee als mijn vader op zaterdag met zijn Opel moest tanken, van het opsteken van sigaretten en sigaren, van verschaalde dranklucht, als we s morgens beneden kwamen en mijn ouders hadden de vorige avond bezoek gehad. In fracties van momenten herken ik dat nog, vooral bij sigaren, maar in het algemeen vind ik dit nu allemaal stinken. Vast een soort socialisatie!
Er zitten ook taboes op geuren, bedenk ik me nu, terwijl ik schrijf. Vaak vermijd ik ze. Ze hebben iets ongewensts of iets intiems. Een geliefde zei: "Zo ruikt sex". 't Was of ik mijn neus altijd dichtgeknepen had gehad, ik rook een zware, weeë lucht, niet aangenaam, niet onaangenaam, maar ik had de geur nog nooit eerder met aandacht opgesnoven. Mensen die een mondgeur hebben, hebben vaak onstoken tandvlees, weet ik nu. Ik blijf op afstand, we hebben er in deze coronatijd geen last van, haha.
En ook dat weet ik van vroeger: hoe oma's roken
Vroeger rook je in mensenmassa’s, bijvoorbeeld in een rij voor de gate, soms van die afgeknepen scheten, die stonken erg. Ook geen last van in coronatijd. Of een lichaamsgeur, ik las trouwens vanochtend over iemand die een gave had om ziekten te ruiken (honden kunnen dat ook), ze kwam daar achter kwam toen haar man van lichaamsgeur veranderde, de geur werd vettig, na enkele jaren bleek dat haar man aan alzheimer leed. Ik herinner me een test in een televisieprogramma, waar mensen in twee kasten moesten ruiken. In een kast stonden oude mensen ( zeg: vijftigplussers) opeen gepropt, in de andere alleen twintigers en dertigers. Feilloos wisten alle proefpersonen aan te wijzen in welke kast welke leeftijdsgroep zat.
En ook dat weet ik van vroeger: hoe oma's roken, de een stonk (excusez le mot ), de andere oma zette flink veel zeep en eau de cologne in. Dus kennelijk moet je naarmate je ouder wordt meer je best doen om lekker te ruiken. Toen mijn jongste dochter geboren werd, was de cocktail van geuren zooo verrukkelijk dat ik tegen mijn man zei: hoe kan ik dit bewaren? Ik zou het graag in een doosje willen doen; baby's ruiken sowieso naar stukjes hemel. En nu ik zelf ouder word, let ik erop - kleren na een dag luchten of in de was, vaak douchen. Neutraliseren, zeep en parfum. Terwijl ik - eerlijk gezegd - mijn zweet niet onprettig vind ruiken. Maar ben op mijn hoede dat anderen dat misschien niet fijn vinden.
Jeminee, wat een eenzijdige brief , alleen over ruiken! En nu deze bron eenmaal is aangeboord, kan ik er bijna niet mee stoppen. Dus vergeef me deze one-issue-aanpak, Isis. Wat een prachtige naam, trouwens. Ook je achternaam intrigeert me, ik zal later gaan googelen zoals Marilien ook aanraadde, maar deze brief krijg je zonder dat ik je ken of dat ik je hebt opgezocht op internet.
Remco Campert schreef in zijn prachtige gedicht : 'Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden‘. Die dichtregels vind ik hoopgevend
Heb jij ook het idee , dat de lucht schoner is, nu in deze coronatijd? Kranten schrijven erover, ik merk het ook echt. Je kunt onbekommerd diep ademhalen en schone lucht ademen. Je ruikt meer. Je kunt verder kijken. Ik haal automatisch dieper adem, merk ik. In mijn toekomst behouden we welvaart , brengen we onze economie weer op gang, ik mis de bedrijvigheid, maar wat zou dat mooi zijn, als we de lucht schoner konden houden dan ie was. Niet meer de vervuiling op de koop toe nemen. Soms van de prettige dingen afzien , omdat het offer van de lucht en de aarde te groot is. En wat kan ïk dan doen? Remco Campert schreef in zijn prachtige gedicht : 'Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden‘. Die dichtregels vind ik hoopgevend. Dus minder plastic, minder auto en ook minder gemakkelijk in het vliegtuig stappen. Straks meer groen en planten op mijn balkon, meer insecten, meer vogels aantrekken. Dit zijn mijn kleine daden. Maar hier valt meer over na te denken en te doen.
Hartelijks , Annette
brief 7 mei van annette aan Isis