Mijn naam is Ineke.
Ik ben op 5 juli 1946 geboren in het huis van oma, moeders moeder, aan de Orteliusstraat in Amsterdam. In mijn derde levensjaar heb ik mijn vader leren kennen. In mijn twaalfde levensjaar had ik twee schriften vol met tekeningen van het hart, de longen, nieren, het brein, het perifere zenuwstelsel, etcetera. Getekend in de kleuren die de functies weergaven. Ik wilde patholoog anatoom worden. Dat wist ik zeker. Mama wist het ook zeker: "Geen sprake van! Al dat bloed!" Met een MULO-diploma op zak ben ik gaan werken bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Mijn taak was het verzorgen van de gages van zeevarenden. Als werknemer mocht ik mee met de ms Oranje en kustvaarten met kleinere schepen. Ik heb als jonge vrouw de discipline afgekeken van de strakke regels aan boord. Op een kustvaart met de door ons zo zeer geliefde kapitein van G. via Normandië oversteken naar Londen haven. De Noordzee was in een niet zo'n beste stemming. Zij smeet haar golven huizenhoog. De dame waar ik op voer was totaal niet onder de indruk. Ik ook niet. Uit voorzorg heeft een officier mij van de reling weggehaald. 23 dagen onderweg, 23 dagen nasi gegeten. De ouwe bleef de zeer geliefde kapitein.
Als je intellect bezat - en dat bezaten wij volop- droeg je een spijkerboek en een bontjasje van het Waterlooplein
In Amsterdam was ik een zogenaamde 'pleiner'. De toen nog kleine stad was verdeeld in twee kampen: de dijkers en de pleiners. De dijkers hielden zich op op de Nieuwendijk en reden met hun vetkuif in Amerikaanse sleeën met naast hen een sterk opgemaakt meisje met een suikerspin op het hoofd. In de ogen van de pleiners, infaam en abject. Als je intellect bezat en dat bezaten wij volop, droeg je een blauwe spijkerbroek en een bontjasje van het Waterlooplein. Aan je voeten bruine bordeelsluipers met veters. Lang, stijl haar en een Lennon brilletje op je neus. Had je geen bril nodig, geen probleem, alleen het montuur werd ook geaccepteerd. Wij waren te vinden op het Rembrandtplein en op het Leidseplein. Ook in het Vondelpark kon je ons tegenkomen. Boudewijn de Groot, Lennaert Nijgh, Elly en Rikkert Zuiderveld en wij. Als je het lef had om bij ons te gaan zitten, dan kon je uit onze gesprekken opmaken hoe je de wereld moest veranderen. Wij waren jong en onervaren maar met zeer goede bedoelingen. Vrede op aarde en in de mensen een welbehagen... Ik kan veel vertellen over Amsterdam. Over blijdschap die de stad ten deel viel en wel zodanig dat de oude panden dansten op de palen die Amsterdam rijk is. Over het immense verdriet dat het overkomen is. De tranen sijpelden traag maar gestaag langs de oude, vervallen muren. Amsterdam huilt.
Uit mijn huwelijk zijn twee kinderen geboren. Een jongen en een meisje. Met mijn zoon op mijn arm (die toen twee jaar was) stond ik in 1969 mee te demonstreren bij het Maagdenhuis. Later in de tijd op het Spui, waar het standbeeld Het Lieverdje heden ten dage nog getuigt van wat zich daar heeft afgespeeld. Mijn kinderen heb ik opgevoed met de grondregel: 'Je maakt je eigen fouten. Als je vragen hebt, waarover dan ook, ben ik er altijd voor je. Met blijdschap en met verdriet.' Op het moment dat allebei mijn kinderen naar school gingen ben ik gaan werken voor uitzendbureaus.
De Twent begrijpen heeft wat langer geduurd. Dat gold omgekeerd ook voor hen
In 1977 ben ik naar Twente, Hengelo verhuisd. Mijn toenmalige echtgenoot was machinist (meester) bij de Spoorwegen. Hij kreeg standplaats in Hengelo. Ik was direct gecharmeerd van de mooie omgeving. De Twent begrijpen heeft wat langer geduurd. Dat gold omgekeerd ook voor hen. Toen de rust was weergekeerd, na de verhuizing, kroop het bloed waar het niet gaan kan en wilde ik gaan studeren. Dat viel niet goed bij mijn echtgenoot en dat was ook de aanzet voor mijn latere scheiding. Ik heb mij ingeschreven bij de Hogeschool te Haarlem en heb daar Sociale Arbeid gedaan. Het viel niet mee om over negen vakken examen te moeten doen. Geslaagd! Via een tip ben ik gaan werken bij de Maatschappelijke Dienstverlening aan de Johannaweg in Hengelo. Poetsen bij mensen kan iedereen, dus ik ook. Het geld dat ik verdiende legde ik opzij voor donkere tijden, zoals een scheiding.
Na drie maanden moest ik voor een gesprek naar kantoor komen. Men was er van overtuigd dat ik meer kon dan poetsen. Of ik wilde studeren? Betaald door de baas. Vier jaar studeren deed ik in drie jaar. Mijn mentor heeft mij te kennen gegeven dat ik daarna makkelijk het hbo kon doen. Het is Psychologie en Behaviorisme geworden. Ik mocht gaan werken op een gesloten afdeling. Mensen met een psychische stoornis en geriatrisch zieken. Ik ben niet de patholoog geworden die ik wilde zijn maar het schuurde wel. Mensen afleggen is ook ontzettend dankbaar werk. Ik heb het vijftien jaar gedaan en langer moest ik het ook niet doen. Daarnaast deed ik stervensbegeleiding, dat heb ik gedaan tot en met mijn zeventigste. Doordat ik alleenstaand was geworden was een werkweek van 60 uur voor mij normaal. De psychiatrische afdeling: 90% lachen en 10% diep verdriet. En dan was ik er om steun en inlevingsvermogen te bieden. Prachtig werk! Ik heb in mijn werk als stervensbegeleider kinderen op bezoek gehad die 'alles' wilden weten over de dood. Een jongen van zes jaar wist het al. Hij zei: "Als je in je kistje ligt moet je als de sodemieter je ogen open doen anders ben je mooi te laat!" En gelijk had hij.
Het is een ode aan de man die ik vergeven heb
Schrijven doe ik vanaf mijn tiende levensjaar. De tekeningen in mijn schrift hadden ook een uitleg nodig. Dus schrijven maar. Ik heb drie romans op mijn naam staan en uitgegeven in eigen beheer. Ik ben zoekende naar een uitgever maar ik beschik niet over de juiste kruiwagen. Mijn vierde boek ziet begin volgend jaar het levenslicht. Twee jaar geleden kon ik eindelijk gaan schrijven over papa. De roman wordt geschreven vanuit het gezichtsveld van paps. Mijn vader, die Bergen-Belsen overleefd heeft. Maar daar is alles mee gezegd. Het begrip PTSS was nog niet bekend. Het is een ode aan een man die ik vergeven heb. Mijn voorstellingsvermogen laat mij gruwelijk in de steek als het gaat om wat hij gezien en doorgemaakt heeft, met name de mishandelingen en onderdrukking die hij nooit heeft weten te verwerken. Ik schrijf korte verhalen en zo nu en dan een gedicht. Ik houd wijs mijn mond als men beweert dat schrijvers ijdeltuiten zijn. Ik teken en schilder, lees boeken en kranten. Ik heb mij mogen aansluiten bij een kunstenaarskring. De samenkomst met andere schrijvers laat even op zich wachten in verband met covid.
Ik heb mijn hele leven al poezen. Als er een poes overlijdt, wordt hij of zij gecremeerd, in een hartendoosje gedaan en uitgestrooid op een mooie poezenplek. Twee poezen liggen bij een vriend in de tuin. De beschermende boodschap van hem is: "Ik wil niet dat jij vier keer naar het crematorium in Borculo rijdt met een dode vriend naast je." Ik ben aan het leren het beschermende van die ander te accepteren. Nu woon ik bij Beppie in; een rode poes die is aan komen lopen bij Elise die haar liefdevol heeft opgenomen. Hoe een dier twee mensen bij elkaar brengt. Het is een prachtig verhaal: Beppie, Elise en ik. Een ongeschreven wet die ons bij elkaar heeft gebracht. Niet te vroeg, niet te laat, maar precies op tijd.
Mijn interesse gaat uit naar geschiedenis van de 15e tot en met de 18e eeuw. Zowel de Nederlandse als de mondiale gescheidenis. Al heeft Holland mijn voorkeur. Muziek is mijn inspiratiebron. Leonard Cohen, Elvis Castello, de Blues en liever de Stones dan de Beatles. Mijn liefde voor de klezmermuziek is groot. Van jazz krijg ik rode vlekken in mijn nek, zo ook van country. Ook Freek de Jonge en Hans Teeuwen hebben mijn aandacht. Ik vind Hans Dorrestijn beter toen hij depressief was. Waarschijnlijk vindt hij dat ook, hij is niet meer te zien op de buis. Misschien tussen de coulissen? In mijn negende levensjaar moest ik verplicht van een tante, een zus van moeder, op de zondag naar Belcanto luisteren. En verplicht één keer in de maand naar de schouwburg voor een concert of de Stervende Zwaan. Wat haatte ik haar maar wat ben ik haar nu dankbaar! De drie-eenheid met daarnaast Gustav Mahler hebben mijn voorkeur. Volksdansen heeft mijn leven kleur gegeven. Dansen uit Europa en het Midden-Oosten.
Ik ben niet meer wie ik ben geweest. Een bang vogeltje dat aardig gevonden wil worden. En God? Hij mag er zijn
60 uur per week werken in de psychiatrie heeft zich gewroken. In 1998 ben ik flauwgevallen, ingestort op mijn werk. De rust maakte een opening, een begin voor het verwerken van mijn verleden met een protestantse moeder en een Joodse vader. Ook kwam mijn oom ten tonele die mij aardiger vond dan zijn vrouw. Dat heeft zeven jaar geduurd. Het is opgehouden toen hij ging emigreren. In die negen jaar en acht maanden van verwerking heb ik zeer deskundige hulp mogen ervaren van twee paragnosten en een psychiater van het Sinaï Centrum in Amersfoort. Zij staan mensen bij met een Joodse achtergrond. Een mening van anderen respecteer ik ten volle.
Er zijn mensen die er van overtuigd zijn dat God in het leven geroepen is door de mens. Men heeft een houvast nodig, iemand waarbij ze altijd terecht kunnen. Die geduldig is en luistert naar hun wel en wee. Dat geldt niet voor mij. In het tweede jaar van mijn verwerking ging ik voelen. Dat was niet wat ik voor ogen had maar ik kon niet meer terug. Hij kwam en heeft mij weggehaald van plekken waar het onveilig was. Ik voelde Zijn aanwezigheid in al mijn poriën. Altijd weer die grote hand die mij optilde en daar neerzette, waar ik even kon ademhalen. Tegen het einde van verwerken gebeurde het onvermijdelijke: 'Papa heeft toch gelijk gehad. Ik deug niet, ik voeg niets toe in de wereld, ik had beter niet geboren moeten worden.' En daar was Hij weer. Hij stuurde een vriend naar me toe die mij nog net op tijd heeft gevonden na het slikken van 63 pillen en vier flessen wijn.
Daarna ben ik verworden als een rups die zich ontpopte tot een prachtige vlinder. Ik was bij de kern van de ui. Het afpellen was klaar. Een bijna-dood-ervaring tijdens een galoperatie was het einde van een nieuw begin. Ik ben niet meer wie ik ben geweest. Een bang vogeltje dat aardig gevonden wil worden. Altijd en immer maar 'ja' zeggen om de rust te bewaren. Ik ben verworden tot een vrouw met een duidelijke mening. Stevig in mijn schoenen staand en oog en oor hebbend voor de mens naast mij. En God? Hij mag er zijn. Net zoals mijn vijf vrienden aan de andere kant.
Ik wacht een dag, een week, een maand of een jaar, maar mijn tegenaanval zal bitter zijn
Ik vraag mij af wat ons mensen bezielt? Buiten een enkele vogelsoort om zijn wij de enigen die ons eigen ras een koppie kleiner maken. De mens in het algemeen blijft voor mij een mysterie en daarom zo leuk, zo interessant. Er zijn drie diersoorten die mij emotioneel raken. Poezen, kamelen en ganzen. In Het boek Merlijn legt Merlijn aan het sterfbed van koning Arthur uit waarom ganzen zo belangrijk zijn in een mensenleven. In bedrijven en instellingen wordt het doen en laten van de gans vaak aangehaald. Terecht.
Ik heb mijzelf afgevraagd: ben ik protestants (moeder), katholiek (vader van mijn vader), of Joods (moeder van paps) Ach, mens is de naam. Als Kreeft mag men sowieso al een gebruiksaanwijzing aan mij hangen. Ik ben op mijn best als ik in mijn poeltje kan scharrelen. Wordt dit verstoord doordat ik voorgelogen word, mijn hulp verkeerd begrepen wordt of misbruik van mij maakt, eist mijn donkere kant zijn bestaansrecht op. Ik ga eerst in gesprek met de desbetreffende persoon. Gaat dit niet naar wens dan zal hij of zij het betreuren. Ik wacht een dag, een week, een maand of een jaar maar mijn tegenaanval zal bitter zijn. Heel beheerst, heel kalm. Mijn roots helpen mij daarbij zoals het een Amsterdammer betaamt. Dedain en arrogantie. Als het helemaal tegenzit ban ik de persoon uit mijn leven. Voorgoed. Want als men terechtkomt in mijn scharen, laat ik niet meer los. Meerdere malen spookt de gedachte door mijn hoofd: kan het wat minder Ineke? Nee, dat lukt niet. Van vrienden krijg ik op mijn kop als ik aangeef deze donkere kant te willen minderen. "Het hoort bij jou en je hebt goede reden om te doen in wat je doet. Hoe vaak heb je dat nodig?" Eh, weinig. "Nou dan! Ik wil dat je blijft wie je bent en dat ben je ten volle, ook met je donkere kant."
Ik weet het. Het is een uitgebreid verhaal geworden. Helpt het als ik zeg dat ik er niets aan kan doen. Want: vraag iemand met een Joodse achtergrond nóóit hoe het met hem gaat als je geen tijd hebt.
Ineke