Log in

Zoals we hier in Limburg zeggen, een 'Gooie Rutsch'

portret van Maxportret van Haas
Max aan Haas
3/6
Limburg, 21 december 2020

Dag Haas,

Ik zie allereerst dat jouw brief alweer enkele weken onbeantwoord bleef: dat is met name vanwege alle eindejaarshectiek, die zelfs in de coronaperiode niet verdwijnt, helaas. Maar nu heb ik twee weken vrij genomen en meteen maar op de eerste verlofdag de pen ter hand genomen, dat wil zeggen de toetsen beroerd van de computer.

Over toetsen beroeren gesproken: ik had vanochtend een team-sessie met zo’n vijftigtal collega’s, waarbij ik in de aanloop naar de kerst enkele pianostukken ten gehore bracht. En het was ontroerend te zien, dat zoveel collega’s het waardeerden, en met name dat het saamhorigheidsgevoel er een enorme opkikker van kreeg. Men vond het hartverwarmend om zoveel collega’s te zien, zij het op postzegelformaat, en samen te luisteren naar de muziek van Bach (Fuga) tot Shaffy (hoe kan het ook anders in deze tijd: We zullen doorgaan!).

Trouwens, die vleugel is een van de diverse redenen waarom ik er destijds voor heb gekozen om een kleine pied-à-terre in Amsterdam te hebben voor door de week, en de weekenden in Limburg te vertoeven. En dan zijn er nog de vele boeken die ik koester die in Limburg worden bewaard. In Amsterdam zou ik zoveel ruimte nodig hebben, da’s ondoenlijk. Plus, zoals ik aangaf, ik houd van die tweedeling: het introverte en het extraverte, het (jezelf) presenteren en ook wegcijferen. Net zoals ik ook enorm kan genieten als ik aan de ene kant met een oud kloffie in de tuin sta te wroeten, en aan de andere kant, als de gelegenheid zich voordoet, als ware het een verkleedpartij, alles uit de kast trek om er patent op te staan.

Ik heb nooit echt een koers uitgestippeld: van het een kwam het ander

Mijn vader, net als mijn opa directeur van een groot bedrijf, had van huis uit al de voorliefde voor muziek meegekregen en mijn interesse werd bovendien aangewakkerd door de musea die we bezochten. Omdat mijn vader geruime tijd voorzitter was van de plaatselijke harmonie, ging ik als jongere vaak mee naar optredens, begeleidde later ook de leden op de piano als voorbereiding van concoursen, en zo groeide die fascinatie voor muziek en kunst. Al op de lagere school nam ik lessen bij een beeldhouwer-schilder in de buurt, en ook mijn oom stimuleerde mijn prille schreden op het artistieke vlak. En ja, die keuze tussen conservatorium enerzijds en kunstgeschiedenis anderzijds was snel duidelijk, toen ik me realiseerde dat ik weliswaar verdienstelijk piano speelde, maar niet echt top, en ik zag mezelf al eenzaam van zaal naar zaal trekken, bijvoorbeeld als begeleider van een zanger, iets wat ik overigens nu af en toe met veel plezier doe, maar dan niet beroepsmatig.

Ik heb nooit echt een koers uitgestippeld: van het een kwam het ander. Toen ik voor mijn scriptie in Wenen was, zocht ik een groot, monumentaal werk van een nog onbekende schilder. Via een galerie kwam ik er toen achter dat dit in het bezit was van een verzamelaar die in het Hotel Ambassador resideerde. Bij de receptie vroeg ik naar hem, en omdat hij verbaasd was dat ik meer over zijn schilderij wist dan anderen, en ik met belangstelling keek naar de Rodin, de Italiaanse meesters en Art Deco meubelen die zijn appartement sierden, vroeg hij me of ik niet als een secretaris wilde werken voor hem, ook om een publicatie te helpen opzetten. Een mooie droom en een ervaring van onschatbare waarde, nog afgezien van de heerlijke Sachertorten, de Tafelspitz, de vele opera’s en alle verrassingen die Wenen te bieden had. Zo heb ik tijdens mijn studie (ik was begin twintig toen ik hem leerde kennen) jarenlang voor hem werk verricht, gesteund door mijn ouders.

En dus kon ik me dan overdag bezighouden met galerieën, veilinghuizen, musea, restauratoren, een heel web van professionals, en dan ’s avonds heerlijk wegdromen bij een opera van Verdi of Strauss. Ik durfde mijn medestudenten dat nauwelijks allemaal te vertellen, het was zo’n unieke kans, en de verzamelaar was een uiterst sympathieke heer. Maar ja, hij was ook al op leeftijd, en omdat hij een belangrijk deel van de collectie wilde veilen, verbrokkelde die verzameling ook op den duur. Daarom solliciteerde ik op de valreep naar een functie bij een museum, terwijl ik daar niemand nog kende. Binnen no time kon ik er aan de slag.

... het mijmeren, dagdromen, waarvan ik weet dat ik dat vroeger veel meer deed, zou ik wel weer terug willen veroveren

Bij mij was het eigenlijk een aaneenschakeling van toevalligheden, niet gecalculeerd. Bij jou bespeur ik dat je in jouw professionele werk weliswaar anderen een kader biedt en houvast, maar dat je zelf, zoals je aangeeft, buiten je werk om, het niet ronde niet-rond wilt laten. Dat moet je me eens verder uit de doeken doen, want ik weet niet of ik je goed begrijp. Maar het intrigeert me zeer. En zou graag sowieso meer willen weten over jouw karakter en de zaken die je echt kunnen ontroeren en waarvan je zelfs ondersteboven kan zijn. Dat observeren herken ik trouwens ook bij mijzelf: want ja, kijken naar kunst is met name vooral observeren en dan analyseren. Inderdaad niets fijner dan menselijk gedrag ontleden, lijkt me. Maar waar ben je zelf dan? Betekent ‘jezelf buiten sociale fenomenen plaatsen’ dat je jezelf als een buitenbeentje ziet?

Ik pikte in jouw brief het woord vertraging op: dat is iets wat ik steeds meer moet leren, want dat raakt bij mij steeds meer in de verdrukking, helaas. Muziek is een goede therapie, maar zelfs daar is er een drang om snel tot resultaat te willen komen. Dus hoewel er nu voor sommige zaken veel meer tijd is gekomen, blijft die onrust op de achtergrond. Zou graag die jeugdige berusting weer herwinnen. De nieuwsgierigheid heb ik gelukkig, zo zie ik dat zelf, nog altijd, maar het mijmeren, dagdromen, waarvan ik weet dat ik dat vroeger veel meer deed, zou ik wel weer terug willen veroveren.

De intensiteit en sensitiviteit die jij vroeger (ook nu?) had, en die je, zoals je zei, kwetsbaar maakte, dat herken ik ook bij kunstenaars: daarom vertoef ik zo graag bij hen. Want hoewel ik in mijn baan bij het museum voornamelijk bezig ben met werken van reeds gestorven kunstenaars, vind ik het heerlijk om bij jonge kunstenaars in het atelier te komen, hen uit te horen over hun werk, drijfveren, Daar krijg ik zelf zoveel energie van, en het triggert me altijd weer de zaken op een andere manier te zien. Soms is het ook behoorlijk ontregelend en komt er eveneens compassie om de hoek kijken, want je gunt dan jong talent een doorbraak en een volwaardige plek.

Inderdaad, ik bespeur het bij mezelf ook: waarom moet ik nu weer een nieuw kunstwerkje kopen?

Begrijpelijk dan dat in jouw geval de switch naar het zelf aandragen van onderwerpen en zaken entameren een hele stap is. Maar ik denk dat je door jouw gevoeligheid en sensoren de reacties vanuit een publiek meteen oppakt en daarop stuurt. Is dat inderdaad zo, dat je tijdens zo’n lezing jouw manier van overbrengen of zelfs inhoud mede laat sturen door je publiek, bewust of onbewust? Ik denk zelf dat ik op een bepaalde manier ook een soort zendingsdrang heb. Wellicht heeft dat te maken met mijn opvoeding. Hoe zit dat bij jou? Ben je bijvoorbeeld gelovig?

Ik snap wat je wil zeggen in het kader van David Attenborough, inderdaad, ik bespeur het bij mezelf ook: waarom moet ik nu weer een nieuw kunstwerkje kopen? Redenen genoeg hoor: bijvoorbeeld om de jonge kunstenaar te ondersteunen, om een facet toe te voegen aan mijn eigen persoonlijkheid (een collectie weerspiegelt het karakter van de verzamelaar), omdat ik er blij van word, emotioneel, of welke gemoedstoestand dan ook, maar rationeel gezien: ik heb al genoeg. Terwijl tegelijkertijd de drang van de mens is om steeds maar weer nieuwe dingen tot stand te brengen, te realiseren, te ontwikkelen, ook om juist anderen ervan te doordringen de zaken eens anders te bezien: dus dat is eigenlijk heel tegennatuurlijk, dat we een pas op de plaats moeten maken, want we hebben het gevoel dat we er nog lang niet zijn.

Jouw laatste vragen slaan de spijker op de kop, maar voor mij is de kunst en cultuur er om mensen andere, nog niet ontdekte kanten van de wereld en henzelf te laten zien, ontdekken, verrassen, prikkelen, uit te dagen. Schoonheid is een middel maar zeker niet het eindresultaat. De emotie, en hopelijk zelfs verandering binnenin een mens, daar draait het om, vandaar ook het belang van kunst en cultuur voor mij.

In een volgende brief zal ik bovenstaande graag verder uitwerken, maar ik ben ook heel benieuwd naar jouw sociale leven, wie jouw dierbaren zijn, en of je je in je vrije tijd liever terugtrekt, of juist ook gretig veel presentaties houdt en graag acte de présence geeft.

In elk geval wens ik je heel fijne kerstdagen, de rust is er vast en zeker, de bezinning en reflectie hopelijk ook, en alvast, zoals we hier in Limburg zeggen, een 'Gooie Rutsch' in het nieuwe jaar.

Kijk nieuwsgierig uit naar jouw volgende brief.

Met hartelijke groet,

Max

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram